Bijbels onderwerp · 8 Bijbelteksten · Statenvertaling
1 Koningen 9:27 27En Hiram zond met die schepen zijn knechten, scheepslieden, kenners van de zee, met de knechten van Salomo.
1 Koningen 22:48 48Toen was er geen koning in Edom, maar een stadhouder des konings.
Psalmen 107:23 23Die met schepen ter zee afvaren, handel doende op grote wateren;
Openbaring 18:19 19En zij wierpen stof op hun hoofden, en riepen, wenende en rouw bedrijvende, zeggende: Wee, wee, de grote stad, in dewelke allen, die schepen in de zee hadden, van haar kostelijkheid rijk geworden zijn; want zij is in een ure verwoest geworden.
1 Koningen 9:28 28En zij kwamen te Ofir, en haalden van daar aan goud, vierhonderd en twintig talenten, en brachten het tot den koning Salomo.
1 Koningen 10:11 11Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente.
Psalmen 107:24-30 24Die zien de werken des HEEREN, en Zijn wonderwerken in de diepte. 25Als Hij spreekt, zo doet Hij een stormwind opstaan, die haar golven omhoog verheft. 26Zij rijzen op naar den hemel; zij dalen neder tot in de afgronden; hun ziel versmelt van angst. 27Zij dansen en waggelen als een dronken man, en al hun wijsheid wordt verslonden. 28Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, zo voerde Hij hen uit hun angsten. 29Hij doet de storm stilstaan, zodat hun golven stilzwijgen. 30Dan zijn zij verblijd, omdat zij gestild zijn, en dat Hij hen tot de haven hunner begeerte geleid heeft.
Spreuken 31:11 11Beth. Het hart haars heren vertrouwt op haar, zodat hem geen goed zal ontbreken.