Goede daden doen

Bijbels onderwerp · 18 Bijbelteksten · Statenvertaling

Micha 6:8 8Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God?

Mattheüs 5:16 16Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.

Galaten 6:9 9Doch laat ons, goed doende, niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien, zo wij niet verslappen.

Filippenzen 2:13 13Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.

Kolossenzen 3:17 17En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem.

2 Timotheüs 3:17 17Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.

Titus 2:7 7Betoon uzelven in alles een voorbeeld van goede werken, betoon in de leer onvervalstheid, deftigheid, oprechtheid;

Titus 3:14 14En dat ook de onzen leren, goede werken voor te staan tot nodig gebruik, opdat zij niet onvruchtbaar zijn.

Hebreeën 10:24 24En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken;

Jakobus 4:17 17Wie dan weet goed te doen, en niet doet, dien is het zonde.

Mattheüs 6:1 1Hebt acht, dat gij uw aalmoes niet doet voor de mensen, om van hen gezien te worden; anders zo hebt gij geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is.

Mattheüs 7:21-23 21Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is. 22Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan? 23En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!

Galaten 5:19 19De werken des vleses nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinigheid, ontuchtigheid,

Efeziërs 2:8-9 8Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; 9Niet uit de werken, opdat niemand roeme.

Kolossenzen 3:23 23En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen;

Titus 2:8-9 8Het woord gezond en onverwerpelijk, opdat degene, die daartegen is, beschaamd worde, en niets kwaads hebbe van ulieden te zeggen. 9Vermaan den dienstknechten, dat zij hun eigen heren onderdanig zijn, dat zij in alles welbehagelijk zijn, niet tegensprekende;

Jakobus 1:27 27De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en den Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelven onbesmet bewaren van de wereld.

Jakobus 2:26 26Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →