Geslachtsregister: Aan Abraham

Bijbels onderwerp · 5 Bijbelteksten · Statenvertaling

1 Kronieken 1:27 27Abram; die is Abraham.

Lucas 3:34 34Den zoon van Jakob, den zoon van Izak, den zoon van Abraham, den zoon van Thara, den zoon van Nachor,

Genesis 11:10-32 10Deze zijn de geboorten van Sem: Sem was honderd jaren oud, en gewon Arfachsad, twee jaren na den vloed. 11En Sem leefde, nadat hij Arfachsad gewonnen had, vijfhonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren. 12En Arfachsad leefde vijf en dertig jaren, en hij gewon Selah. 13En Arfachsad leefde, nadat hij Selah gewonnen had, vierhonderd en drie jaren; en hij gewon zonen en dochteren. 14En Selah leefde dertig jaren, en hij gewon Heber. 15En Selah leefde, nadat hij Heber gewonnen had, vierhonderd en drie jaren, en hij gewon zonen en dochteren. 16En Heber leefde vier en dertig jaren, en gewon Peleg. 17En Heber leefde, nadat hij Peleg gewonnen had, vierhonderd en dertig jaren; en hij gewon zonen en dochteren. 18En Peleg leefde dertig jaren, en hij gewon Rehu. 19En Peleg leefde, nadat hij Rehu gewonnen had, tweehonderd en negen jaren; en hij gewon zonen en dochteren. 20En Rehu leefde twee en dertig jaren, en hij gewon Serug. 21En Rehu leefde, nadat hij Serug gewonnen had, tweehonderd en zeven jaren; en hij gewon zonen en dochteren. 22En Serug leefde dertig jaren, en gewon Nahor. 23En Serug leefde, nadat hij Nahor gewonnen had, tweehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren. 24En Nahor leefde negen en twintig jaren, en gewon Terah. 25En Nahor leefde, nadat hij Terah gewonnen had, honderd en negentien jaren; en hij gewon zonen en dochteren. 26En Terah leefde zeventig jaren, en gewon Abram, Nahor en Haran. 27En deze zijn de geboorten van Terah: Terah gewon Abram, Nahor en Haran; en Haran gewon Lot. 28En Haran stierf voor het aangezicht zijns vaders Terah, in het land zijner geboorte, in Ur der Chaldeen. 29En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams huisvrouw was Sarai, en de naam van Nahors huisvrouw was Milka, een dochter van Haran, vader van Milka, en vader van Jiska. 30En Sarai was onvruchtbaar; zij had geen kind. 31En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon, en Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hen uit Ur der Chaldeen, om te gaan naar het land Kanaan; en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar. 32En de dagen van Terah waren tweehonderd en vijf jaren, en Terah stierf te Haran.

1 Kronieken 1:4-26 4Noach, Sem, Cham en Jafeth. 5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras. 6En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma. 7En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten. 8De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan. 9En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan. 10Cusch nu gewon Nimrod; die begon geweldig te zijn op aarde. 11En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten, 12En de Pathrusieten, en de Casluchieten, (van welke de Filistijnen zijn voortgekomen) en de Cafthorieten. 13Kanaan nu gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth, 14En den Jebusiet, en den Amoriet, en den Girgasiet, 15En den Heviet, en den Arkiet, en den Siniet, 16En den Arvadiet, en den Zemariet, en den Hamathiet. 17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech. 18Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber. 19Aan Heber nu zijn twee zonen geboren; de naam des enen was Peleg, omdat in zijn dagen het aardrijk verdeeld is, en de naam zijns broeders was Joktan. 20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah, 21En Hadoram, en Uzal, en Dikla, 22En Ebal, en Abimael, en Scheba, 23En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan. 24Sem, Arfachsad, Selah, 25Heber, Peleg, Rehu, 26Serug, Nahor, Terah,

Lucas 3:35-38 35Den zoon van Saruch, den zoon van Ragau, den zoon van Falek, den zoon van Heber, den zoon van Sala, 36Den zoon van Kainan, den zoon van Arfaxad, den zoon van Sem, den zoon van Noe, den zoon van Lamech, 37Den zoon van Mathusala, den zoon van Enoch, den zoon van Jared, den zoon van Malaleel, den zoon van Kainan, 38Den zoon van Enos, den zoon van Seth, den zoon van Adam, den zoon van God.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →