Gaven van God: Tijdelijk

Bijbels onderwerp · 15 Bijbelteksten · Statenvertaling

Genesis 27:28 28Zo geve u dan God van de dauw des hemels, en de vettigheid der aarde, en menigte van tarwe en most.

Deuteronomium 8:18 18Maar gij zult gedenken den HEERE, uw God, dat Hij het is, Die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is.

Prediker 3:13 13Ja ook, dat ieder mens ete en drinke, en het goede geniete van al zijn arbeid, Dit is een gave Gods.

Prediker 5:19-20 19Ook een iegelijk mens, aan denwelken God rijkdom en goederen gegeven heeft, en Hij geeft hem de macht, om daarvan te eten, en om zijn deel te nemen, en om zich te verheugen van zijn arbeid, datzelve is een gave van God. 20Want hij zal niet veel gedenken

Mattheüs 6:33 33Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.

1 Timotheüs 4:4-5 4Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde; 5Want het wordt geheiligd door het Woord van God, en door het gebed.

Genesis 8:22 22Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.

Leviticus 26:4-6 4Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd; en het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven; 5En de dorstijd zal u reiken tot den wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot den zaaitijd; en gij zult uw brood eten tot verzadiging toe, en gij zult zeker in uw land wonen. 6Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.

1 Kronieken 22:9 9Zie, de zoon, die u geboren zal worden, die zal een man der rust zijn, want Ik zal hem rust geven van al zijn vijanden rondom henen; want zijn naam zal Salomo zijn, en Ik zal vrede en stilte over Israel geven in zijn dagen.

Psalmen 136:25 25Die allen vlees spijs geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Psalmen 145:15-16 15Ain. Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd. 16Pe. Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen.

Jesaja 30:23 23Dan zal Hij uw zaad, waarmede gij het land bezaaid hebt, regen geven, en brood van des lands inkomen, en hetzelve zal vet en smoutig zijn; uw vee zal te dien dage in een wijde landouwe weiden.

Zacharia 10:1 1Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld.

Mattheüs 6:11 11Geef ons heden ons dagelijks brood.

Mattheüs 6:25 25Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding?

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →