Bijbels onderwerp · 8 Bijbelteksten · Statenvertaling
Job 6:5 5Rochelt ook de woudezel bij het jonge gras? Loeit de os bij zijn voeder?
Job 24:5 5Ziet, zij zijn woudezels in de woestijn; zij gaan uit tot hun werk, makende zich vroeg op ten roof; het vlakke veld is hem tot spijs, en den jongeren.
Job 39:5 5Wie heeft den woudezel vrij henengezonden, en wie heeft de banden des wilden ezels gelost?
Psalmen 104:11 11Zij drenken al het gedierte des velds; de woudezels breken er hun dorst mede.
Jesaja 32:14 14Want het paleis zal verlaten zijn, het gewoel der stad zal ophouden; Ofel en de wachttorens zullen tot spelonken zijn, tot in der eeuwigheid, een vreugde der woudezelen, een weide der kudden.
Jeremia 2:24 24Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden.
Jeremia 14:6 6En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is.
Hosea 8:9 9Want zij zijn opgetogen naar Assur, een woudezel, die alleen voor zichzelven is; die van Efraim hebben boelen om hoerenloon gehuurd.