Bijbels onderwerp · 10 Bijbelteksten · Statenvertaling
1 Kronieken 3:24 24En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.
1 Kronieken 24:12 12Het elfde voor Eljasib, het twaalfde voor Jakim,
Ezra 10:24 24En van de zangers: Eljasib; en van de poortiers: Sallum, en Telem, en Uri.
Ezra 10:27 27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.
Ezra 10:36 36Vanja, Meremoth, Eljasib,
Nehemia 3:1 1En Eljasib, de hogepriester, maakte zich op met zijn broederen, de priesteren, en zij bouwden de Schaapspoort; zij heiligden ze, en richtten haar deuren op; ja, zij heiligden ze tot aan den toren Mea, tot aan den toren Hananeel.
Nehemia 12:10 10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,
Nehemia 13:4 4Eljasib nu, de priester, die gesteld was over de kamer van het huis onzes Gods, was voor dezen nabestaande van Tobia geworden.
Nehemia 13:7 7En ik kwam te Jeruzalem, en verstond van het kwaad, dat Eljasib voor Tobia gedaan had, makende hem een kamer in de voorhoven van Gods huis.
Nehemia 13:28 28Ook was er een van de kinderen van Jojada, den zoon van Eljasib, den hogepriester, schoonzoon geworden van Sanballat, den Horoniet; daarom jaagde ik hem van mij weg.
Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →