Elihu

Bijbels onderwerp · 9 Bijbelteksten · Statenvertaling

1 Samuel 1:1 1Daar was een man van Ramathaim-Zofim, van het gebergte van Efraim, wiens naam was Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihu, den zoon van Tochu, den zoon van Zuf, een Efrathiet.

1 Kronieken 12:20 20Toen hij naar Ziklag toog, vielen tot hem uit Manasse: Adnah, en Jozabad, en Jediael, en Michael, en Jozabad, en Elihu, en Zillethai; hoofden der duizenden, die in Manasse waren.

1 Kronieken 26:7 7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

1 Kronieken 27:18 18Over Juda was Elihu, uit de broederen van David; over Issaschar was Omri, de zoon van Michael;

Job 32:2 2Zo ontstak de toorn van Elihu, den zoon van Baracheel, den Buziet, van het geslacht van Ram; tegen Job werd zijn toorn ontstoken, omdat hij zijn ziel meer rechtvaardigde dan God.

Job 32:4-6 4Doch Elihu had gewacht op Job in het spreken, omdat zij ouder van dagen waren dan hij. 5Als dan Elihu zag, dat er geen antwoord was in den mond van die drie mannen, ontstak zijn toorn. 6Hierom antwoordde Elihu, de zoon van Baracheel, den Buziet, en zeide: Ik ben minder van dagen, maar gijlieden zijt stokouden; daarom heb ik geschroomd en gevreesd, ulieden mijn gevoelen te vertonen.

Job 34:1 1Verder antwoordde Elihu, en zeide:

Job 35:1 1Elihu antwoordde verder, en zeide:

Job 36:1 1Elihu ging nog voort, en zeide:

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →