Bijbels onderwerp · 21 Bijbelteksten · Statenvertaling
Genesis 2:24 24Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot een vlees zijn.
Spreuken 13:20 20Die met de wijzen omgaat, zal wijs worden; maar die der zotten metgezel is, zal verbroken worden.
Spreuken 15:22 22De gedachten worden vernietigd, als er geen raad is; maar door veelheid der raadslieden zal elkeen bestaan.
Spreuken 18:22 22Die een vrouw gevonden heeft, heeft een goede zaak gevonden, en hij heeft welgevallen getrokken van den HEERE.
Spreuken 19:14 14Huis en goed is een erve van de vaderen; maar een verstandige vrouw is van den HEERE.
Spreuken 19:20 20Hoor raad, en ontvang tucht, opdat gij in uw laatste wijs zijt.
Spreuken 21:19 19Het is beter te wonen in een woest land, dan bij een zeer kijfachtige en toornige huisvrouw.
Spreuken 31:10 10Aleph. Wie zal een deugdelijke huisvrouw vinden? Want haar waardij is verre boven de robijnen.
Spreuken 31:30 30Schin. De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid; maar een vrouw, die den HEERE vreest, die zal geprezen worden.
Amos 3:3 3Zullen twee te zamen wandelen, tenzij dat zij bijeengekomen zijn?
Mattheüs 6:29 29En Ik zeg u, dat ook Salomo, in al zijn heerlijkheid, niet is bekleed geweest, gelijk een van deze.
Marcus 10:9 9Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.
Romeinen 8:7 7Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.
1 Korintiërs 7:1 1Aangaande nu de dingen, waarvan gij mij geschreven hebt: het is een mens goed geen vrouw aan te raken.
1 Korintiërs 13:1 1Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.
2 Korintiërs 6:14 14Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?
Efeziërs 5:25 25Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;
Efeziërs 5:28 28Alzo zijn de mannen schuldig hun eigen vrouwen lief te hebben, gelijk hun eigen lichamen. Die zijn eigen vrouw liefheeft, die heeft zichzelven lief.
Efeziërs 5:33 33Zo dan ook gijlieden, elk in het bijzonder, een iegelijk hebbe zijn eigen vrouw, alzo lief als zichzelven; en de vrouw zie, dat zij den man vreze.
Kolossenzen 3:19 19Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen haar.
1 Petrus 3:7 7Gij mannen, insgelijks, woont bij haar met verstand, aan het vrouwelijke vat, als het zwakste, eer gevende, als die ook medeerfgenamen der genade des levens met haar zijt; opdat uw gebeden niet verhinderd worden.
Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →