Dankbaarheid: Behoren aangeboden te worden

Bijbels onderwerp · 44 Bijbelteksten · Statenvertaling

1 Kronieken 29:6 6Toen gaven vrijwillig de oversten der vaderen, en de oversten der stammen van Israel, en de oversten der duizenden en der honderden, en de oversten van het werk des konings;

1 Kronieken 29:9 9En het volk was verblijd over hun vrijwillig geven; want zij gaven met een volkomen hart den HEERE vrijwillig; en de koning David verblijdde zich ook met grote blijdschap.

1 Kronieken 29:14 14Want wie ben ik, en wat is mijn volk, dat wij de macht zouden verkregen hebben, om vrijwillig te geven als dit is? Want het is alles van U, en wij geven het U uit Uw hand.

Psalmen 50:14 14Offert Gode dank, en betaalt den Allerhoogste uw geloften.

Hebreeën 13:15 15Laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is, de vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden.

1 Kronieken 29:7-8 7En zij gaven, tot den dienst van het huis Gods, vijf duizend talenten gouds, en tien duizend drachmen, en tien duizend talenten zilvers, en achttien duizend talenten kopers, en honderd duizend talenten ijzers. 8En bij wien stenen gevonden werden, die gaven zij in den schat van het huis des HEEREN, onder de hand van Jehiel, den Gersoniet.

1 Kronieken 29:10-13 10Daarom loofde David den HEERE voor de ogen der ganse gemeente; en David zeide: Geloofd zijt Gij, HEERE, God van onzen vader Israel, van eeuwigheid tot in eeuwigheid! 11Uw, o HEERE, is de grootheid, en de macht, en de heerlijkheid, en de overwinning, en de majesteit; want alles, wat in den hemel en op aarde is, is Uw: Uw, o HEERE, is het Koninkrijk, en Gij hebt U verhoogd tot een Hoofd boven alles. 12En rijkdom en eer zijn voor Uw aangezicht, en Gij heerst over alles; en in Uw hand is kracht en macht; ook staat het in Uw hand alles groot te maken en sterk te maken. 13Nu dan, onze God, wij danken U, en loven den Naam Uwer heerlijkheid.

Nehemia 12:31 31Toen deed ik de vorsten van Juda opgaan op den muur; en ik stelde twee grote dankkoren en omgangen, een ter rechterhand op den muur, naar de Mistpoort toe.

Nehemia 12:40 40Daarna stonden de beide dankkoren in Gods huis; ook ik en de helft der overheden met mij.

Psalmen 30:4 4HEERE! Gij hebt mijn ziel uit het graf opgevoerd; Gij hebt mij bij het leven behouden, dat ik in den kuil niet ben nedergedaald.

Psalmen 35:18 18Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volks zal ik U prijzen.

Psalmen 75:1 1Voor den opperzangmeester, Altascheth; een psalm, een lied, voor Asaf.

Psalmen 97:12 12Gij rechtvaardigen! verblijdt u in den HEERE, en spreekt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid.

Psalmen 106:1 1Hallelujah! Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Psalmen 107:1 1Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Psalmen 136:1-3 1Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid; 2Looft den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 3Looft den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Daniël 2:23 23Ik dank en ik loof U, o God mijner vaderen! omdat Gij mij wijsheid en kracht gegeven hebt, en mij nu bekend gemaakt hebt, wat wij van U verzocht hebben, want Gij hebt ons des konings zaak bekend gemaakt.

Daniël 6:10 10Toen nu Daniel verstond, dat dit schrift getekend was, ging hij in zijn huis, en hij knielde drie tijden 's daags op zijn knieen, en hij bad, en deed belijdenis voor zijn God, ganselijk gelijk hij voor dezen gedaan had.

Johannes 6:11 11En Jezus nam de broden, en gedankt hebbende, deelde Hij ze den discipelen, en de discipelen dengenen, die nedergezeten waren; desgelijks ook van de visjes, zoveel zij wilden.

Handelingen 27:35 35En als hij dit gezegd had en brood genomen had, dankte hij God in aller tegenwoordigheid; en hetzelve gebroken hebbende, begon hij te eten.

Romeinen 1:8 8Eerstelijk dank ik mijn God door Jezus Christus over u allen, dat uw geloof verkondigd wordt in de gehele wereld.

Romeinen 6:17 17Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt;

Romeinen 7:23-25 23Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is. 24Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? 25Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere. Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde.

Romeinen 14:6-7 6Die den dag waarneemt, die neemt hem waar den Heere; en die den dag niet waarneemt, die neemt hem niet waar den Heere. Die daar eet, die eet zulks den Heere, want hij dankt God; en die niet eet, die eet zulks den Heere niet, en hij dankt God. 7Want niemand van ons leeft zichzelven, en niemand sterft zichzelven.

1 Korintiërs 1:4 4Ik dank mijn God allen tijd over u, vanwege de genade Gods, die u gegeven is in Christus Jezus;

1 Korintiërs 15:57 57Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus.

2 Korintiërs 1:11 11Alzo gijlieden ook medearbeidt voor ons door het gebed, opdat over de gave, door vele personen aan ons teweeggebracht ook voor ons dankzegging door velen gedaan worde.

2 Korintiërs 2:14 14En Gode zij dank, Die ons allen tijd doet triomferen in Christus, en den reuk Zijner kennis door ons openbaar maakt in alle plaatsen.

2 Korintiërs 8:16 16Doch Gode zij dank, Die dezelfde naarstigheid voor u in het hart van Titus gegeven heeft;

2 Korintiërs 9:11 11Dat gij in alles rijk wordt tot alle goeddadigheid, welke door ons werkt dankzegging tot God.

2 Korintiërs 9:15 15Doch Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave.

Efeziërs 1:16 16Houde niet op voor u te danken, gedenkende uwer in mijn gebeden;

Efeziërs 5:20 20Dankende te allen tijd over alle dingen God en den Vader, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus;

Filippenzen 1:3-5 3Ik dank mijn God, zo dikwijls als ik uwer gedenk. 4(Te allen tijd in al mijn gebed voor u allen met blijdschap het gebed doende) 5Over uw gemeenschap aan het Evangelie, van den eersten dag af tot nu toe;

Kolossenzen 1:3-6 3Wij danken den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, altijd voor u biddende; 4Alzo wij van uw geloof in Christus Jezus gehoord hebben, en van de liefde, die gij hebt tot alle heiligen. 5Om de hoop, die u weggelegd is in de hemelen, van welke gij te voren gehoord hebt, door het Woord der waarheid, namelijk des Evangelies; 6Hetwelk tot u gekomen is, gelijk ook in de gehele wereld, en het brengt vruchten voort, gelijk ook onder u, van dien dag af dat gij gehoord hebt, en de genade Gods in waarheid bekend hebt.

Kolossenzen 3:17 17En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem.

1 Tessalonicenzen 1:2 2Wij danken God altijd over u allen, uwer gedachtig zijnde in onze gebeden;

1 Tessalonicenzen 2:13 13Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft.

1 Tessalonicenzen 5:18 18Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.

2 Tessalonicenzen 1:3 3Wij moeten God te allen tijd danken over u, broeders, gelijk billijk is, omdat uw geloof zeer wast, en dat de liefde eens iegelijken van u allen jegens elkander overvloedig wordt;

Meer teksten bij Dankbaarheid: Behoren aangeboden te worden

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →