Cusch

Bijbels onderwerp · 3 Bijbelteksten · Statenvertaling

Genesis 10:6-8 6En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan. 7En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan. 8En Cusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde.

1 Kronieken 1:8-10 8De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan. 9En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan. 10Cusch nu gewon Nimrod; die begon geweldig te zijn op aarde.

Jesaja 11:11 11Want het zal geschieden te dien dage, dat de Heere ten anderen male Zijn hand aanleggen zal om weder te verwerven het overblijfsel Zijns volks, hetwelk overgebleven zal zijn van Assyrie, en van Egypte, en van Pathros, en van Morenland, en van Elam, en van Sinear, en van Hamath, en van de eilanden der zee.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →