Bijbels onderwerp · 5 Bijbelteksten · Statenvertaling
Mattheüs 15:34 34En Jezus zeide tot hen: Hoevele broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven, en weinige visjes.
Mattheüs 15:36-37 36En Hij nam de zeven broden en de vissen, en als Hij gedankt had, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen; en de discipelen gaven ze aan de schare. 37En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, zeven volle manden.
Mattheüs 16:10 10Noch aan de zeven broden der vier duizend mannen, en hoevele manden gij opnaamt?
Mattheüs 15:35 35En Hij gebood den scharen neder te zitten op de aarde.
Mattheüs 15:38 38En die daar gegeten hadden, waren vier duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.