Bijbels onderwerp · 16 Bijbelteksten · Statenvertaling
Leviticus 19:17 17Gij zult uw broeder in uw hart niet haten; gij zult uw naaste naarstiglijk berispen, en zult de zonde in hem niet verdragen.
Lucas 17:3 3Wacht uzelven. En indien uw broeder tegen u zondigt, zo bestraf hem; en indien het hem leed is, zo vergeef het hem.
1 Timotheüs 5:1 1Bestraf een ouden man niet hardelijk, maar vermaan hem als een vader; de jonge als broeders;
1 Timotheüs 5:20 20Bestraf die zondigen in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vreze mogen hebben.
2 Timotheüs 4:2 2Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.
Titus 2:15 15Spreek dit, en vermaan, en bestraf met allen ernst. Dat niemand u verachte.
Openbaring 3:19 19Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.
Spreuken 9:7-8 7Wie den spotter tuchtigt, behaalt zich schande; en die den goddeloze bestraft, zijn schandvlek. 8Bestraf den spotter niet, opdat hij u niet hate; bestraf den wijze, en hij zal u liefhebben.
Nehemia 5:6-8 6Toen ik nu hun geroep en deze woorden hoorde, ontstak ik zeer. 7En mijn hart beraadslaagde in mij; daarna twistte ik met de edelen, en met de overheden, en zeide tot hen: Gijlieden vordert een last, een iegelijk van zijn broeder. Voorts belegde ik een grote vergadering tegen hen. 8En ik zeide tot hen: Wij hebben onze broederen, de Joden, die aan de heidenen verkocht waren, naar ons vermogen wedergekocht; en zoudt gijlieden ook uw broederen verkopen, of zouden zij aan ons verkocht worden? Toen zwegen zij, en vonden geen antwoord.
Spreuken 27:5-6 5Openbare bestraffing is beter dan verborgene liefde. 6De wonden des liefhebbers zijn getrouw; maar de kussingen des haters zijn af te bidden.
Spreuken 28:23 23Die een mens bestraft, zal achterna gunst vinden, meer dan die met de tong vleit.
Prediker 7:5 5Het is beter te horen het bestraffen des wijzen, dan dat iemand hore het gezang der dwazen.
Amos 5:10 10Zij haten in de poort dengene, die bestraft, en hebben een gruwel van dien, die oprechtelijk spreekt.
Lucas 17:3-4 3Wacht uzelven. En indien uw broeder tegen u zondigt, zo bestraf hem; en indien het hem leed is, zo vergeef het hem. 4En indien hij zevenmaal daags tegen u zondigt, en zevenmaal daags tot u wederkeert, zeggende: Het is mij leed; zo zult gij het hem vergeven.
1 Timotheüs 5:1-2 1Bestraf een ouden man niet hardelijk, maar vermaan hem als een vader; de jonge als broeders; 2De oude vrouwen als moeders; de jonge als zusters, in alle reinheid.
Titus 1:13 13Deze getuigenis is waar. Daarom bestraf hen scherpelijk, opdat zij gezond mogen zijn in het geloof.