Beëroth

Bijbels onderwerp · 6 Bijbelteksten · Statenvertaling

Deuteronomium 10:6 6(En de kinderen Israels reisden van Beeroth-Bene-jaakan en Mosera. Aldaar stierf Aaron, en werd aldaar begraven; en zijn zoon Eleazar bediende het priesterambt in zijn plaats.

Jozua 9:17 17Want toen de kinderen Israels voorttogen, zo kwamen zij ten derden dage aan hun steden; hun steden nu waren Gibeon, en Chefira, en Beeroth, en Kirjath-Jearim.

Jozua 18:25 25Gibeon, en Rama, en Beeroth,

2 Samuel 4:2 2En Sauls zoon had twee mannen, oversten van benden; de naam des enen was Baena, en de naam des anderen Rechab, zonen van Rimmon, den Beerothiet, van de kinderen van Benjamin; want ook Beeroth werd aan Benjamin gerekend.

Ezra 2:25 25De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

Nehemia 7:29 29De mannen van Kirjath-Jearim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig;

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →