Atharoth: Ook Atroth genoemd

Bijbels onderwerp · 7 Bijbelteksten · Statenvertaling

Numeri 32:3 3Ataroth, en Dibon, en Jaezer, en Nimra, en Hesbon, en Eleale, en Schebam, en Nebo, en Behon;

Numeri 32:34-35 34En de kinderen van Gad bouwden Dibon, en Ataroth, en Aroer, 35En Atroth-Sofan, en Jaezer, en Jogbeha,

Jozua 16:2 2En het komt van Beth-El uit naar Luz; en het gaat door tot de landpale des Archiets, tot Ataroth toe;

Jozua 16:5 5De landpale nu der kinderen van Efraim, naar hun huisgezinnen, is deze: te weten, de landpale huns erfdeels was oostwaarts Atroth-Addar tot aan het bovenste Beth-Horon.

Jozua 16:7 7En komt af van Janoah naar Ataroth en Naharoth, en stoot aan Jericho, en gaat uit aan de Jordaan.

Jozua 18:13 13En van daar gaat de landpale door naar Luz, aan de zijde van Luz, welke is Beth-El, zuidwaarts; en deze landpale gaat af naar Atroth-Addar, aan den berg, die aan de zuidzijde van het benedenste Beth-Horon is.

1 Kronieken 2:54 54De kinderen van Salma waren de Bethlehemieten, en de Netofathieten, Atroth, Beth-Joab, en de helft der Manathieten, en de Zorieten.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →