Bijbels onderwerp · 15 Bijbelteksten · Statenvertaling
Mattheüs 6:1 1Hebt acht, dat gij uw aalmoes niet doet voor de mensen, om van hen gezien te worden; anders zo hebt gij geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is.
Spreuken 2:6 6Want de HEERE geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand.
Spreuken 3:5-6 5Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet. 6Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.
Spreuken 3:13-15 13Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt! 14Want haar koophandel is beter dan de koophandel van zilver, en haar inkomst dan het uitgegraven goud. 15Zij is kostelijker dan robijnen en al; wat u lusten mag, is met haar niet te vergelijken.
Spreuken 3:27 27Onthoud het goed van zijn meesters niet, als het in het vermogen uwer hand is te doen.
Spreuken 3:33-35 33De vloek des HEEREN is in het huis des goddelozen; maar de woning der rechtvaardigen zal Hij zegenen. 34Zekerlijk, de spotters zal Hij bespotten, maar den zachtmoedigen zal Hij genade geven. 35De wijzen zullen eer beerven; maar elkeen der zotten neemt schande op zich.
Spreuken 4:14 14Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.
Spreuken 6:12 12Een Belialsmens, een ondeugdzaam man gaat met verkeerdheid des monds om;
Mattheüs 5:3 3Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
Mattheüs 7:15 15Maar wacht u van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven.
Lucas 6:31 31En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks.
Romeinen 12:19 19Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.
2 Korintiërs 5:10 10Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.
Jakobus 5:16 16Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt; een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel.
2 Petrus 3:18 18Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in de dag der eeuwigheid. Amen.
Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →