Ambtenaar: Burgerlijk

Bijbels onderwerp · 13 Bijbelteksten · Statenvertaling

Deuteronomium 1:15 15Zo nam ik de hoofden uwer stammen, wijze en ervarene mannen, en stelde hen tot hoofden over u, oversten van duizenden, en oversten van honderden, en oversten van vijftigen, en oversten van tienen, en ambtlieden voor uw stammen.

1 Koningen 4:5 5En Azaria, de zoon van Nathan, was over de bestelmeesters; en Zabud, de zoon van Nathan, was overambtman, des konings vriend.

1 Koningen 4:7 7En Salomo had twaalf bestelmeesters over gans Israel, die den koning en zijn huis verzorgden; voor elk was een maand in het jaar om te verzorgen.

1 Koningen 4:19 19Geber, de zoon van Uri, was in het land Gilead, het land van Sihon, den koning der Amorieten, en van Og, den koning van Basan, en hij was de enige bestelmeester, die in dat land was.

Deuteronomium 1:13-14 13Neemt u wijze, en verstandige, en ervarene mannen, van uw stammen, dat ik hen tot uw hoofden stelle. 14Toen antwoorddet gij mij, en zeidet: Dit woord is goed, dat gij gesproken hebt, om te doen.

Deuteronomium 1:16 16En ik gebood uw rechters ter zelfder tijd, zeggende: Hoort de verschillen tussen uw broederen, en richt recht tussen den man en tussen zijn broeder, en tussen deszelfs vreemdeling.

2 Samuel 8:16-18 16Joab nu, de zoon van Zeruja, was over het heir; en Josafat, zoon van Achilud, was kanselier. 17En Zadok, zoon van Ahitub, en Achimelech, zoon van Abjathar, waren priesters; en Seraja was schrijver. 18Er was ook Benaja, zoon van Jojada, met de Krethi en de Plethi; maar Davids zonen waren prinsen.

2 Samuel 20:23-26 23Joab nu was over het ganse heir van Israel; en Benaja, de zoon van Jojada, over de Krethi en over de Plethi; 24En Adoram was over de schatting; en Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier; 25En Seja was schrijver; en Zadok en Abjathar waren priesters. 26En ook was Ira, de Jairiet, Davids opperofficier.

1 Koningen 4:1-4 1Alzo was de koning Salomo koning over gans Israel. 2En deze waren de vorsten, die hij had: Azaria, de zoon van Zadok, was opperambtman. 3Elihoref, en Ahia, de zoon van Sisa, waren schrijvers; Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier. 4En Benaja, de zoon van Jojada, was over het heir; en Zadok en Abjathar waren priesters.

1 Koningen 4:6 6En Ahisar was hofmeester; en Adoniram, de zoon van Abda, was over de schatting.

1 Koningen 4:8-18 8En dit zijn hun namen: de zoon van Hur was in het gebergte van Efraim. 9De zoon van Deker in Makaz, en in Saalbim, en Beth-Semes, en Elon-Beth-hanan. 10De zoon van Hesed in Arubboth; hij had daartoe Socho en het ganse land Hefer. 11De zoon van Abinadab had de ganse landstreek van Dor; deze had Tafath, de dochter van Salomo, tot een vrouw. 12Baana, de zoon van Ahilud, had Taanach, en Megiddo, en het ganse Beth-Sean, hetwelk is bij Zartana, beneden van Jizreel, van Beth-Sean aan tot Abel-Mehola, tot op gene zijde van Jokmeam. 13De zoon van Geber was te Ramoth in Gilead; hij had de dorpen van Jair, den zoon van Manasse, die in Gilead zijn; ook had hij de streek van Argob, welke is in Basan, zestig grote steden, met muren en koperen grendelen. 14Abinadab, de zoon van Iddo, was te Mahanaim. 15Ahimaaz was in Nafthali; deze nam ook Salomo's dochter, Basmath, ter vrouwe. 16Baana, de zoon van Husai, was in Aser en in Aloth. 17Josafath, de zoon van Paruah, in Issaschar. 18Simei, de zoon van Ela, in Benjamin.

1 Koningen 9:22 22Doch van de kinderen Israels maakte Salomo geen slaaf; maar zij waren krijgslieden, en zijn knechten, en zijn vorsten, en zijn hoofdlieden, en de oversten zijner wagenen, en zijner ruiteren.

Ezra 7:25 25En gij, Ezra, naar de wijsheid uws Gods, die in uw hand is, stel regeerders en richters, die al het volk richten, dat aan gene zijde der rivier is, allen, die de wetten Gods weten, en die ze niet weet, zult gijlieden die bekend maken.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →