Bijbels onderwerp · 10 Bijbelteksten · Statenvertaling
Psalmen 80:14 14Het zwijn uit het woud heeft hem uitgewroet, en het wild des velds heeft hem afgeweid.
Hosea 3:5 5Daarna zullen zich de kinderen Israels bekeren, en zoeken den HEERE, hun God, en David, hun koning; en zij zullen vrezende komen tot den HEERE en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen.
Hosea 6:1 1Komt en laat ons wederkeren tot den HEERE, want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, en Hij zal ons verbinden.
Psalmen 80:3-7 3Wek Uw macht op voor het aangezicht van Efraim, en Benjamin, en Manasse, en kom tot onze verlossing. 4O God! breng ons weder, en laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden. 5O HEERE, God der heirscharen! hoe lang zult Gij roken tegen het gebed Uws volks? 6Gij spijst hen met tranenbrood, en drenkt hen met tranen uit een drieling. 7Gij hebt ons onzen naburen tot een twist gesteld, en onze vijanden spotten onder zich.
Psalmen 80:15-19 15O God der heirscharen! keer toch weder; aanschouw uit den hemel, en zie, en bezoek dezen wijnstok, 16En den stam, dien Uw rechterhand geplant heeft, en dat om den zoon, dien Gij U gesterkt hebt! 17Hij is met vuur verbrand; hij is afgehouwen; zij komen om van het schelden Uws aangezichts. 18Uw hand zij over den man Uwer rechterhand, over des mensen zoon, dien Gij U gesterkt hebt. 19Zo zullen wij van U niet terugkeren; behoud ons in het leven, zo zullen wij Uw Naam aanroepen. O HEERE, God der heirscharen! breng ons weder; laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden.
Jesaja 17:7 7Te dien dage zal de mens zien naar Dien, Die hem gemaakt heeft, en zijn ogen zullen op den Heilige Israels zien.
Jesaja 29:24 24En die dwalende van geest zijn, zullen tot verstand komen, en de murmureerders zullen de lering aannemen.
Jesaja 31:6-7 6Bekeert u tot Hem, van Denwelken de kinderen Israels diep afgeweken zijn. 7Want te dien dage zullen zij verwerpen, een ieder zijn zilveren afgoden en zijn gouden afgoden, welke u uw handen tot zonde gemaakt hadden;
Jeremia 50:4-6 4In dezelve dagen en ter zelver tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen Israels komen, zij en de kinderen van Juda te zamen; wandelende en wenende zullen zij henengaan, en den HEERE, hun God, zoeken. 5Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten. 6Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.
Hosea 6:2-3 2Hij zal ons na twee dagen levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven. 3Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen, om den HEERE te kennen; Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen en vroege regen des lands.