Ada

Bijbels onderwerp · 4 Bijbelteksten · Statenvertaling

Genesis 4:19-20 19En Lamech nam zich twee vrouwen; de naam van de eerste was Ada, en de naam van de andere Zilla. 20En Ada baarde Jabal; deze is geweest een vader dergenen, die tenten bewoonden, en vee hadden.

Genesis 4:23 23En Lamech zeide tot zijn vrouwen Ada en Zilla: Hoort mijn stem, gij vrouwen van Lamech! neemt ter ore mijn rede! Voorwaar, ik sloeg wel een man dood, om mijn wonde, en een jongeling, om mijn buile!

Genesis 36:10 10Dit zijn de namen der zonen van Ezau: Elifaz, de zoon van Ada, Ezau's huisvrouw; Rehuel, de zoon van Basmath, Ezau's huisvrouw.

Genesis 36:12 12En Timna was een bijwijf van Elifaz, den zoon van Ezau, en zij baarde aan Elifaz Amalek; dit zijn de zonen van Ada, Ezau's huisvrouw.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →