Romeinen 1 — Schrijver – Lezers – Groet (32 verzen) 1. Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel, afgezonderd tot verkondiging van het evangelie van God,
Romeinen 2 — Het oordeel Gods over de Joden (29 verzen) 1. Daarom zijt gij, o mens, wie gij ook zijt, niet te verontschuldigen, wanneer gij oordeelt. Want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt …
Romeinen 3 — De Joodse voorrechten en Gods trouw (31 verzen) 1. Wat is dan het voorrecht van de Jood, of wat is het nut van de besnijdenis?
Romeinen 4 — Abraham gerechtvaardigd door het geloof (25 verzen) 1. Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze voorvader naar het vlees, verkregen heeft?
Romeinen 5 — De vrucht der rechtvaardiging (21 verzen) 1. Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus,
Romeinen 6 — Met Christus gestorven en opgewekt (23 verzen) 1. Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme?
Romeinen 7 — De betekenis der wet (26 verzen) 1. Of weet gij niet, broeders, – ik spreek immers tot wie de wet kennen – dat de wet heerschappij voert over de …
Romeinen 8 — Het leven door de Geest (39 verzen) 1. Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn.
Romeinen 9 — De verkiezing van Israël (33 verzen) 1. Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, want mijn geweten betuigt mij dit mede door de heilige Geest:
Romeinen 10 — De gerechtigheid uit het geloof (21 verzen) 1. Broeders, de begeerte mijns harten en mijn gebed over hun behoud gaan tot God uit.
Romeinen 11 — Israël slechts ten dele verworpen (36 verzen) 1. Ik vraag dan: God heeft zijn volk toch niet verstoten? Volstrekt niet! Ik ben immers zelf een Israëliet, uit het nageslacht van …
Romeinen 12 — De levende offerande (21 verzen) 1. Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode …
Romeinen 13 — Eert de overheid (14 verzen) 1. Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die …
Romeinen 14 — Verdraagzaamheid (23 verzen) 1. Aanvaardt de zwakke in het geloof, maar niet om overwegingen te beoordelen.
Romeinen 15 — Zwakken en sterken (33 verzen) 1. Wij, die sterk zijn, moeten de gevoeligheden der zwakken verdragen en niet onszelf behagen.
Romeinen 16 — Groeten (27 verzen) 1. Ik beveel Febe, onze zuster, [tevens] dienares der gemeente te Kenchreeën, bij u aan,