Psalmen 3 NBG 1951

NBG-vertaling 1951 · Morgenlied

1Een psalm van David, als hij vlood voor het aangezicht van zijn zoon Absalom.

2O Here, hoe talrijk zijn mijn tegenstanders; velen staan tegen mij op;

3velen zeggen van mij: Hij vindt geen hulp bij God. sela

4Maar Gij, Here, zijt een schild dat mij dekt, mijn eer, en die mijn hoofd opheft.

5Als ik luide roep tot de Here, antwoordt Hij mij van zijn heilige berg. sela

6Ik legde mij neder en sliep; ik ontwaakte, want de Here schraagt mij.

7Ik vrees niet voor tienduizenden van volk, die zich rondom tegen mij stellen.

8Sta op, Here, verlos mij, mijn God! Ja, Gij hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen, en de tanden der goddelozen verbrijzeld.

9De verlossing is van de Here, uw zegen zij over uw volk. sela

Lees ook in: Statenvertaling · HSV · KJV

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Psalmen 3 in de interactieve Bijbel →