Prediker 1 — Ijdelheid der ijdelheden (18 verzen) 1. De woorden van Prediker, de zoon van David, koning te Jeruzalem.
Prediker 2 — Het genot van de goederen des levens is ijdelheid (26 verzen) 1. Ik zeide tot mijzelf: Welaan, ik wil u op de proef stellen door vreugde, verlustig u dus in het goede. Maar zie, …
Prediker 3 — Alles heeft zijn tijd (22 verzen) 1. Alles heeft zijn uur en ieder ding onder de hemel zijn tijd;
Prediker 4 — Het zwoegen van de alleenstaande is ijdelheid (17 verzen) 1. Wederom aanschouwde ik alle onderdrukkingen die onder de zon geschieden, en zie: tranen der onderdrukten, en zij hadden geen trooster; maar aan …
Prediker 5 — IJdelheid van de rijkdom (20 verzen) 1. Wees niet overijld met uw mond, en uw hart haaste zich niet om een woord voor Gods aangezicht uit te spreken; want …
Prediker 6 — Rijkdom zonder genot is ijdelheid (12 verzen) 1. Er is een kwaad dat ik waargenomen heb onder de zon, en dat zwaar drukt op de mens:
Prediker 7 — De ware wijsheid (29 verzen) 1. Een goede naam is beter dan goede olie en de dag des doods is beter dan de dag van iemands geboorte.
Prediker 8 — Gehoorzaamheid geboden (17 verzen) 1. Wie is als de wijze? En wie kent de verklaring der dingen? De wijsheid van een mens doet zijn aangezicht lichten, zodat …
Prediker 9 — Allen treft eenzelfde lot (18 verzen) 1. Voorzeker, dit alles nam ik ter harte en dit alles onderzocht ik: dat de rechtvaardigen en de wijzen met hun werken in …
Prediker 10 — Dwaasheid brengt onheil (20 verzen) 1. Dode vliegen doen de zalf van de zalfbereider stinkend gisten; een weinig onverstand heeft meer invloed dan wijsheid en eer.
Prediker 11 — Doe uw werk ondanks alles (10 verzen) 1. Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen.
Prediker 12 — Slotwoord (14 verzen) 1. Gedenk dan uw Schepper in uw jongelingsjaren, voordat de kwade dagen komen en de jaren naderen, waarvan gij zegt: Ik heb daarin …