Micha 1 — Opschrift (16 verzen) 1. Het woord des Heren, dat tot Micha, de Morastiet, kwam in de dagen van Jotam, Achaz, Jechizkia, koningen van Juda, hetwelk hij …
Micha 2 — Wee over de gewelddadige machthebbers (13 verzen) 1. Wee hun die ongerechtigheid bedenken en kwaad smeden op hun legersteden, die het uitvoeren bij het morgenlicht, omdat het in de macht …
Micha 3 — Tegen de leiders van het volk (12 verzen) 1. En ik zeide: Hoort toch, hoofden van Jakob en leidslieden van het huis Israëls, moest gij het recht niet kennen?
Micha 4 — Het komende Vrederijk (14 verzen) 1. En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als de hoogste …
Micha 5 — De heerser uit Betlehem (15 verzen) 1. En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal …
Micha 6 — Het rechtsgeding des Heren (16 verzen) 1. Hoort toch wat de Here zegt: Sta op, treed als aanklager op ten aanhoren van de bergen, en laat de heuvelen uw …
Micha 7 — De grote ongerechtigheid (20 verzen) 1. Wee mij, want het is mij gegaan als bij de inzameling van het ooft, bij de nalezing van de wijnoogst: geen druif …