Jozua 1 — De opdracht aan Jozua (18 verzen) 1. Het geschiedde na de dood van Mozes, de knecht des Heren, dat de Here tot Jozua, de zoon van Nun, de dienaar …
Jozua 2 — De verspieders te Jericho (24 verzen) 1. Jozua, de zoon van Nun, zond van Sittim heimelijk twee verspieders uit met de opdracht: Gaat heen, neemt het land in ogenschouw …
Jozua 3 — De overtocht over de Jordaan (17 verzen) 1. Toen stond Jozua des morgens vroeg op, en hij en al de Israëlieten braken op van Sittim en kwamen tot aan de …
Jozua 4 — De twaalf gedenkstenen bij Gilgal (24 verzen) 1. Nadat het gehele volk de overtocht over de Jordaan voleindigd had, zeide de Here tot Jozua:
Jozua 5 — Besnijdenis en Pascha te Gilgal (15 verzen) 1. Zodra al de koningen der Amorieten aan de westzijde van de Jordaan en al de koningen der Kanaänieten aan de zee hoorden, …
Jozua 6 — De val van Jericho (27 verzen) 1. Intussen had Jericho de poort gesloten; het was volkomen gesloten voor de Israëlieten; niemand kon daar uit of in gaan.
Jozua 7 — Achans zonde – nederlaag bij Ai (26 verzen) 1. De Israëlieten vergrepen zich evenwel aan het gebannene, doordat Achan, de zoon van Karmi, de zoon van Zabdi, de zoon van Zerach, …
Jozua 8 — Verdelging van Ai (35 verzen) 1. Hierop sprak de Here tot Jozua: Vrees niet en wees niet verschrikt; neem al het krijgsvolk met u en maak u gereed, …
Jozua 9 — De list der Gibeonieten (27 verzen) 1. Zodra al de koningen aan de westzijde van de Jordaan, op het Gebergte, in de Laagte en langs de ganse kust der …
Jozua 10 — De zon staat stil bij Gibeon (43 verzen) 1. Zodra Adonisedek, de koning van Jeruzalem, hoorde, dat Jozua Ai veroverd en met de ban geslagen had – evenals hij met Jericho …
Jozua 11 — Verovering van noordelijk Kanaän (23 verzen) 1. Zodra nu Jabin, de koning van Hasor, dit hoorde, zond hij een boodschap aan Jobab, de koning van Madon, aan de koning …
Jozua 12 — Lijst van de verslagen koningen (24 verzen) 1. Dit zijn de koningen des lands, die de Israëlieten verslagen hebben en wier land zij in bezit genomen hebben aan de overzijde …
Jozua 13 — Nog niet veroverde streken (33 verzen) 1. Toen Jozua oud en hoogbejaard was, zeide de Here tot hem: Gij zijt oud en hoogbejaard, en er is nog zeer veel …
Jozua 14 — Verdeling van Kanaän (15 verzen) 1. Dit nu zijn de erfdelen, die de Israëlieten in het land Kanaän ontvangen hebben, welke de priester Eleazar, Jozua, de zoon van …
Jozua 15 — Het erfdeel van Juda (63 verzen) 1. Het lot voor de stam der Judeeërs naar hun geslachten strekte zich uit tot aan het gebied van Edom, tot aan de …
Jozua 16 — Het erfdeel van Efraïm en Manasse (10 verzen) 1. Daarna kwam het lot voor de Jozefieten te voorschijn. (De grens liep) van de Jordaan bij Jericho, oostelijk van de wateren van …
Jozua 17 — Het erfdeel van Manasse (18 verzen) 1. Verder was dit lot voor de stam Manasse, want hij was de eerstgeborene van Jozef. Aan Makir, de eerstgeborene van Manasse, de …
Jozua 18 — Verdeling van het overige land te Silo (28 verzen) 1. En de gehele gemeente der Israëlieten werd samengeroepen te Silo, waar zij de tent der samenkomst oprichtten, aangezien de streek onderworpen was …
Jozua 19 — Het erfdeel van Simeon (51 verzen) 1. Het tweede lot kwam te voorschijn voor Simeon, voor de stam der Simeonieten naar hun geslachten. Hun erfdeel lag midden in het …
Jozua 20 — De vrijsteden (9 verzen) 1. De Here sprak tot Jozua:
Jozua 21 — De Levietensteden (45 verzen) 1. De familiehoofden der Levieten nu naderden tot de priester Eleazar, tot Jozua, de zoon van Nun, en tot de familiehoofden van de …
Jozua 22 — Terugkeer van de Overjordaanse stammen (34 verzen) 1. Toen riep Jozua de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse samen, en zeide tot hen:
Jozua 23 — Jozua’s afscheidsrede tot het volk (16 verzen) 1. Lange tijd, nadat de Here Israël rust gegeven had van al zijn vijanden aan alle zijden, en toen Jozua oud en hoogbejaard …
Jozua 24 — Verbondsvernieuwing te Sichem (33 verzen) 1. Daarna vergaderde Jozua alle stammen van Israël te Sichem. Hij ontbood de oudsten van Israël, zijn oversten, zijn rechters en zijn opzieners, …