Jakobus 1 — Schrijver – Lezers – Groet (27 verzen) 1. Jakobus, een dienstknecht van God en van de Here Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de verstrooiing.
Jakobus 2 — Geen aanzien des persoons (26 verzen) 1. Mijn broeders, houdt uw geloof in onze Here der heerlijkheid, Jezus Christus, vrij van aanzien des persoons.
Jakobus 3 — De zonden der tong (18 verzen) 1. Laat niet zovelen uwer leraars zijn, mijn broeders; gij weet immers, dat wij er des te strenger om geoordeeld zullen worden.
Jakobus 4 — Hartstocht en wereldliefde (17 verzen) 1. Waaruit komt bij u strijden en vechten voort? Is het niet hieruit: uit uw hartstochten, die in uw leden zich ten strijde …
Jakobus 5 — Het gevaar van de rijkdom (20 verzen) 1. Welaan dan, gij rijken, weent en maakt misbaar over de rampen, die u zullen overkomen.