Hosea 1 — Opschrift (12 verzen) 1. Het woord des Heren, dat tot Hosea, de zoon van Beëri, kwam, in de dagen van Uzzia, Jotam, Achaz en Jechizkia, koningen …
Hosea 2 — Israëls verwerping en herstel (23 verzen) 1. Klaagt uw moeder aan, klaagt haar aan, want zij is mijn vrouw niet, en Ik ben haar man niet. Laat zij haar …
Hosea 3 — Aangenomen, doch afgezonderd (5 verzen) 1. De Here zeide tot mij: Ga weder heen, bemin een vrouw, die zich door een ander laat beminnen en overspelig is, gelijk …
Hosea 4 — Tegen ontrouwe priesters en een ontrouw volk (19 verzen) 1. Hoort het woord des Heren, gij Israëlieten, want de Here heeft een rechtsgeding met de bewoners van het land, omdat er geen …
Hosea 5 — Israël en zijn leiders bedreigd (15 verzen) 1. Hoort dit, gij priesters, en merk op, gij huis Israëls, en neig het oor, gij huis des konings! Want u gaat het …
Hosea 6 — Een volk van boosdoeners (11 verzen) 1. Komt, laat ons wederkeren tot de Here! Want Hij heeft verscheurd, en zal ons helen; Hij heeft geslagen, en zal ons verbinden.
Hosea 7 — Efraïms onbekeerlijkheid (16 verzen) 1. Zodra Ik Israël genees, worden Efraïms ongerechtigheid en de boosheden van Samaria onthuld. Want zij plegen bedrog: de dief dringt binnen, de …
Hosea 8 — Efraïms naderende ondergang (14 verzen) 1. De bazuin aan uw mond! Als een arend (komt het) tegen het huis des Heren! Omdat zij mijn verbond hebben overtreden en …
Hosea 9 — Geen eredienst in den vreemde! (17 verzen) 1. Verheug u niet, Israël, tot jubelens toe, als de volkeren, want gij zijt overspelig van uw God afgeweken, gij hebt het loon …
Hosea 10 — Beeldendienst te schande gemaakt (15 verzen) 1. Israël is een welige wijnstok, die zijn vruchten voortbrengt; naarmate hij meer vrucht verkreeg, maakte hij meer altaren; naarmate het zijn land …
Hosea 11 — Gods liefde en toorn over Efraïm (12 verzen) 1. Toen Israël een kind was, heb Ik het liefgehad, en uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen.
Hosea 12 — Efraïm en zijn stamvader Jakob (15 verzen) 1. Met leugen heeft Efraïm Mij omringd, met bedrog het huis Israëls – terwijl Juda zich voortdurend bandeloos gedraagt tegenover God en tegenover …
Hosea 13 — Des Heren toorn treft Efraïm (16 verzen) 1. Zodra Efraïm sprak, was er schrik, hij was verheven in Israël; maar hij maakte zich schuldig door de Baäl, en stierf weg.
Hosea 14 — Bekering en belofte (10 verzen) 1. Samaria moet boeten, omdat het weerspannig is geweest tegen zijn God. Door het zwaard zullen zij vallen, hun kleine kinderen zullen worden …