Ezechiël 1 — Het roepingsvisioen van Ezechiël (28 verzen) 1. In het dertigste jaar, in de vierde maand, op de vijfde der maand, toen ik te midden der ballingen aan de rivier …
Ezechiël 2 — Ezechiëls opdracht (10 verzen) 1. Hij zeide tot mij: Mensenkind, sta op uw voeten, opdat Ik met u spreke.
Ezechiël 3 — Ezechiël tot wachter aangesteld (27 verzen) 1. Hij zeide tot mij: Mensenkind, eet wat gij hier voor u ziet; eet deze rol en ga heen, spreek tot het huis …
Ezechiël 4 — Het beleg van Jeruzalem zinnebeeldig voorgesteld (17 verzen) 1. Gij, mensenkind, neem u een tichelsteen, leg die vóór u en teken daarop een stad, Jeruzalem.
Ezechiël 5 — Het geschoren haar – gericht over Jeruzalem (17 verzen) 1. En gij, mensenkind, neem een scherp zwaard, dat gij gebruiken moet als het scheermes van een barbier; beweeg het over uw hoofd …
Ezechiël 6 — Tegen de bergen Israëls (14 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 7 — Het einde komt (27 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 8 — Afgodendienst in Jeruzalems tempel (18 verzen) 1. In het zesde jaar, in de zesde maand, op de vijfde der maand, toen ik in mijn huis zat en de oudsten …
Ezechiël 9 — Het gericht over de inwoners van Jeruzalem (11 verzen) 1. Toen riep Hij met luider stem te mijnen aanhoren: Treedt nader, gij, die aan de stad de straf voltrekken moet, ieder met …
Ezechiël 10 — De heerlijkheid des Heren verlaat de tempel (22 verzen) 1. En ik zag en zie, op het uitspansel boven het hoofd der cherubs was iets als lazuursteen, gelijkend op de vorm van …
Ezechiël 11 — Het oordeel over de vorsten (25 verzen) 1. Toen hief de Geest mij op en bracht mij naar de Oostpoort van het huis des Heren, die op het oosten uitziet. …
Ezechiël 12 — De ballingschap zinnebeeldig voorgesteld (28 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 13 — Tegen de valse profeten (23 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 14 — Tegen de afgodendienaars (23 verzen) 1. Toen mannen uit de oudsten van Israël tot mij kwamen en zich voor mij neerzetten,
Ezechiël 15 — Jeruzalem, de onnutte wijnstok, verworpen (8 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 16 — Het ontrouwe Jeruzalem (63 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 17 — Sedekia’s trouwbreuk zinnebeeldig voorgesteld (24 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 18 — Ieder mens persoonlijk verantwoordelijk (32 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 19 — Klaaglied over Israëls vorsten (14 verzen) 1. En gij, hef een klaaglied aan over de vorsten van Israël,
Ezechiël 20 — De les der geschiedenis (49 verzen) 1. In het zevende jaar, in de vijfde maand, op de tiende der maand, kwamen er mannen uit de oudsten van Israël om …
Ezechiël 21 — Het zwaard des Heren tegen Jeruzalem (32 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 22 — Jeruzalems zonden (31 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 23 — Ohola en Oholiba (49 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 24 — Jeruzalem een roestige pot (27 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij in het negende jaar, in de tiende maand, op de tiende der maand:
Ezechiël 25 — Profetie tegen de Ammonieten (17 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 26 — Profetie tegen Tyrus (21 verzen) 1. In het elfde jaar nu, op de eerste der maand, kwam het woord des Heren tot mij:
Ezechiël 27 — Klaaglied over Tyrus (36 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 28 — Profetie over de vorst van Tyrus (26 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 29 — Profetie tegen Egypte (21 verzen) 1. In het tiende jaar, in de tiende maand, op de twaalfde der maand, kwam het woord des Heren tot mij:
Ezechiël 30 — Het oordeel over Egypte (26 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 31 — Assur, waarschuwend voorbeeld voor Egypte (18 verzen) 1. In het elfde jaar, in de derde maand, op de eerste der maand, kwam het woord des Heren tot mij:
Ezechiël 32 — Klaaglied over Farao (32 verzen) 1. In het twaalfde jaar, in de twaalfde maand, op de eerste der maand, kwam het woord des Heren tot mij:
Ezechiël 33 — Ezechiël wederom tot wachter aangesteld (33 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 34 — De Here zelf de Goede Herder van zijn volk (31 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 35 — Des Heren wraak over Edom (15 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 36 — Israël hersteld en gelouterd (38 verzen) 1. Gij nu, mensenkind, profeteer over de bergen van Israël en zeg: Bergen van Israël, hoort het woord des Heren.
Ezechiël 37 — Het dal der dorre beenderen (28 verzen) 1. De hand des Heren kwam op mij, en de Here voerde mij in de geest naar buiten en zette mij neer in …
Ezechiël 38 — De overwinning over Gog (23 verzen) 1. Het woord des Heren kwam tot mij:
Ezechiël 39 — De ondergang van Gog – Israëls herstel (29 verzen) 1. Gij nu, mensenkind, profeteer tegen Gog en zeg: Zo zegt de Here Here: zie, Ik zàl u, Gog, grootvorst van Mesek en …
Ezechiël 40 — De poorten en voorhoven van de nieuwe tempel (49 verzen) 1. In het vijfentwintigste jaar van onze ballingschap, in de aanvang van het jaar, op de tiende der maand, in het veertiende jaar, …
Ezechiël 41 — De afmetingen van de tempel (26 verzen) 1. Daarop bracht hij mij naar de hoofdzaal en hij mat de muurvlakken, zes el breed aan weerszijden – de breedte van de …
Ezechiël 42 — De priestervertrekken (20 verzen) 1. Daarop leidde hij mij naar buiten, naar de buitenste voorhof in noordelijke richting en bracht mij naar de vertrekken, die zich tegenover …
Ezechiël 43 — De Here keert terug tot zijn tempel (27 verzen) 1. Toen leidde hij mij naar de poort; het was de poort die gericht was naar het oosten.
Ezechiël 44 — De vorst en de priesters (31 verzen) 1. Toen bracht hij mij terug naar de buitenste poort van het heiligdom, die op het oosten uitzag; deze was gesloten.
Ezechiël 45 — Verdeling van het land (25 verzen) 1. Wanneer gij nu het land door het lot als erfdeel toewijst, zult gij de Here bij wijze van heffing geven een heilig …
Ezechiël 46 — De offers van de vorst en de poorten (24 verzen) 1. Zo zegt de Here Here: De poort van de binnenste voorhof, die op het oosten uitziet, zal op de zes werkdagen gesloten …
Ezechiël 47 — De beek uit de tempel (23 verzen) 1. Toen bracht hij mij terug naar de ingang van het huis; zie, er stroomde water onder de drempel van het huis uit, …
Ezechiël 48 — De heilige stad (35 verzen) 1. Dit nu zijn de namen der stammen. Van het noordelijke einde, langs de weg van Chetlon, totdat men komt te Hamat en …