Exodus 1 — Israël in Egypte onderdrukt (22 verzen) 1. Dit nu zijn de namen der zonen van Israël, die met Jakob naar Egypte gekomen zijn; zij kwamen er ieder met zijn …
Exodus 2 — Mozes’ geboorte en opvoeding (25 verzen) 1. Een man uit het huis van Levi huwde een Levitische vrouw;
Exodus 3 — De braambos – Mozes geroepen (22 verzen) 1. Mozes nu was gewoon de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan, te hoeden. Eens, toen hij de kudde naar …
Exodus 4 — Mozes’ terugkeer naar Egypte (31 verzen) 1. Toen antwoordde Mozes: Maar als zij mij niet geloven en niet naar mij luisteren, doch zeggen: de Here is u niet verschenen?
Exodus 5 — Mozes voor Farao – de druk verzwaard (24 verzen) 1. Daarna kwamen Mozes en Aäron tot Farao en zeiden tot hem: Zo zegt de Here, de God van Israël: laat mijn volk …
Exodus 6 — Geslachtsregister van Ruben, Simeon en Levi (30 verzen) 1. Voorts sprak God tot Mozes en zeide tot hem: Ik ben de Here.
Exodus 7 — De eerste plaag: Het water in bloed veranderd (25 verzen) 1. De Here echter zeide tot Mozes: Zie, Ik stel u als God voor Farao; en uw broeder Aäron zal uw profeet zijn.
Exodus 8 — De tweede plaag: Kikvorsen (32 verzen) 1. Daarna zeide de Here tot Mozes: Ga tot Farao en zeg tot hem: zó zegt de Here: laat mijn volk gaan, om …
Exodus 9 — De vijfde plaag: Veepest (35 verzen) 1. En de Here zeide tot Mozes: Ga tot Farao en spreek tot hem: zó zegt de Here, de God der Hebreeën: laat …
Exodus 10 — De achtste plaag: Sprinkhanen (29 verzen) 1. En de Here zeide tot Mozes: Ga tot Farao, want Ik heb zijn hart en dat van zijn dienaren onvermurwbaar gemaakt, opdat …
Exodus 11 — De aankondiging van de tiende plaag (10 verzen) 1. – De Here nu had tot Mozes gezegd: Nog één plaag zal Ik over Farao en over Egypte brengen, daarna zal hij …
Exodus 12 — De instelling van het Pascha (51 verzen) 1. En de Here zeide tot Mozes en tot Aäron in het land Egypte:
Exodus 13 — De wet op de eerstgeborenen (22 verzen) 1. De Here sprak tot Mozes:
Exodus 14 — De doortocht door de Schelfzee (31 verzen) 1. De Here sprak tot Mozes:
Exodus 15 — Het lied van Mozes aan de Schelfzee (27 verzen) 1. Toen zong Mozes met de Israëlieten de Here dit lied en zij zeiden: Ik wil de Here zingen, want Hij is hoog …
Exodus 16 — Het manna – De sabbat (36 verzen) 1. Toen zij van Elim opgebroken waren, kwam de gehele vergadering der Israëlieten in de woestijn Sin, die tussen Elim en de Sinai …
Exodus 17 — Massa en Meriba (16 verzen) 1. De gehele vergadering der Israëlieten brak daarna op uit de woestijn Sin, trekkende van pleisterplaats tot pleisterplaats naar het bevel des Heren, …
Exodus 18 — Bezoek van Jetro (27 verzen) 1. En Jetro, de priester van Midjan, de schoonvader van Mozes, hoorde alles wat God voor Mozes en zijn volk Israël gedaan had, …
Exodus 19 — De verschijning des Heren op de Sinai (25 verzen) 1. In de derde maand na de uittocht der Israëlieten uit het land Egypte, op dezelfde dag, kwamen zij in de woestijn Sinai.
Exodus 20 — De tien geboden (26 verzen) 1. Toen sprak God al deze woorden:
Exodus 21 — Rechten der Hebreeuwse slaven (36 verzen) 1. Dit zijn de verordeningen die gij hun zult voorhouden.
Exodus 22 — Voorschriften inzake het eigendom van de naaste (31 verzen) 1. Wanneer iemand een rund of een stuk kleinvee steelt en het slacht of verkoopt, dan zal hij vijf stuks rundvee als vergoeding …
Exodus 23 — Voorschriften inzake de verhouding tot de naaste (33 verzen) 1. Gij zult geen vals gerucht verbreiden; gij moogt de schuldige niet helpen als misdadig getuige.
Exodus 24 — De verbondssluiting (18 verzen) 1. Tot Mozes zeide Hij: Klim op tot de Here, gij en Aäron, Nadab en Abihu en zeventig van de oudsten van Israël …
Exodus 25 — De heffing voor de tabernakel (40 verzen) 1. De Here sprak tot Mozes:
Exodus 26 — De tabernakel (37 verzen) 1. De tabernakel zult gij maken van tien tentkleden; van getweernd fijn linnen, blauwpurper, roodpurper en scharlaken, met kunstig geweven cherubs zult gij …
Exodus 27 — Het brandofferaltaar (21 verzen) 1. Gij zult het altaar van acaciahout maken, vijf el lang en vijf el breed, zodat het altaar vierkant is, en drie el …
Exodus 28 — De priesterklederen (43 verzen) 1. Gij dan, doe tot u naderen uw broeder Aäron, en zijn zonen met hem, uit het midden der Israëlieten, om voor Mij …
Exodus 29 — De priesterwijding (46 verzen) 1. Dit nu is wat gij hun doen zult, om hen te heiligen om voor Mij het priesterambt te bekleden: Neem één jonge …
Exodus 30 — Het reukofferaltaar (38 verzen) 1. Gij zult een altaar, een offerplaats voor reukwerk, maken; van acaciahout zult gij het maken;
Exodus 31 — Aanwijzing van Besaleël en Oholiab (18 verzen) 1. De Here sprak tot Mozes:
Exodus 32 — Het gouden kalf (35 verzen) 1. Toen het volk zag, dat Mozes toefde van de berg af te dalen, verzamelde het zich rondom Aäron, en zeide tot hem: …
Exodus 33 — Mozes vraagt de heerlijkheid des Heren te zien (23 verzen) 1. En de Here sprak tot Mozes: Ga, trek vanhier op, gij en het volk dat gij uit het land Egypte hebt gevoerd, …
Exodus 34 — De twee nieuwe stenen tafelen (35 verzen) 1. De Here zeide tot Mozes: Houw u twee stenen tafelen gelijk de eerste, dan zal Ik op de tafelen de woorden schrijven, …
Exodus 35 — Herinnering aan het sabbatsgebod (35 verzen) 1. Toen liet Mozes de gehele vergadering der Israëlieten samenkomen en zeide tot hen: Dit zijn de geboden, die de Here bevolen heeft …
Exodus 36 — Het maken van de tabernakel (38 verzen) 1. Zo moeten Besaleël en Oholiab werken, en iedere man die kunstvaardig is, aan wie de Here wijsheid en inzicht in die dingen …
Exodus 37 — Het maken van de ark (29 verzen) 1. Besaleël maakte de ark van acaciahout, twee en een halve el lang, anderhalve el breed, en anderhalve el hoog.
Exodus 38 — Het maken van het brandofferaltaar (31 verzen) 1. Hij maakte het brandofferaltaar van acaciahout, vijf el lang en vijf el breed, vierkant, en drie el hoog.
Exodus 39 — Het maken van de priesterklederen (43 verzen) 1. Van het blauwpurper, roodpurper en scharlaken maakten zij ambtsklederen voor de dienst in het heiligdom; ook maakten zij de heilige klederen die …
Exodus 40 — Mozes richt de tabernakel op (38 verzen) 1. De Here sprak tot Mozes: