Esther 1 — Koningin Wasti verstoten (22 verzen) 1. In de dagen van Ahasveros – hij is de Ahasveros, die over honderd zevenentwintig gewesten van Indië tot Ethiopië regeerde –
Esther 2 — Ester tot koningin verheven (23 verzen) 1. Na deze gebeurtenissen, toen de toorn van koning Ahasveros bedaard was, dacht hij weder aan Wasti, aan wat zij gedaan had en …
Esther 3 — Hamans aanslag tegen de Joden (15 verzen) 1. Na deze gebeurtenissen maakte koning Ahasveros de Agagiet Haman, de zoon van Hammedata, groot, verhief hem in aanzien en plaatste zijn zetel …
Esther 4 — Poging van Mordekai om de Joden te redden (17 verzen) 1. Toen Mordekai vernam al wat er gebeurd was, verscheurde Mordekai zijn klederen, hulde zich in zak en as en ging door het …
Esther 5 — Ester bij de koning (14 verzen) 1. Op de derde dag nu hulde Ester zich in een koninklijk gewaad en ging staan in de binnenste voorhof van het paleis …
Esther 6 — Mordekai wordt geëerd (14 verzen) 1. In diezelfde nacht was de slaap van de koning geweken. Toen beval hij het gedenkboek, de kronieken, te brengen, en zij werden …
Esther 7 — Ester ontmaskert Haman voor de koning (10 verzen) 1. Toen de koning en Haman binnengekomen waren om met koningin Ester het feestmaal te houden,
Esther 8 — Het bevel van de koning ten gunste der Joden (17 verzen) 1. Op diezelfde dag gaf de koning Ahasveros aan koningin Ester het huis van Haman, de jodenhater, en kwam Mordekai in des konings …
Esther 9 — De wraak der Joden op hun vijanden (32 verzen) 1. Op de dertiende dag der twaalfde maand – dat is de maand Adar – toen het woord en de wet des konings …
Esther 10 — Mordekai bevordert het welzijn van zijn volk (3 verzen) 1. En koning Ahasveros legde belasting op aan het vaste land en de kustlanden der zee.