Daniël 1 — Daniël komt aan het Babylonische hof (21 verzen) 1. In het derde jaar der regering van Jojakim, de koning van Juda, kwam Nebukadnessar, de koning van Babel, naar Jeruzalem en belegerde …
Daniël 2 — De droom van Nebukadnessar (49 verzen) 1. In het tweede jaar nu der regering van Nebukadnessar had Nebukadnessar een droom, waardoor zijn geest verontrust werd en het met zijn …
Daniël 3 — De drie mannen in de vuuroven (30 verzen) 1. Koning Nebukadnessar maakte een gouden beeld, waarvan de hoogte zestig en de breedte zes el bedroeg; hij stelde het op in de …
Daniël 4 — De boodschap van Nebukadnessar: zijn waanzin (37 verzen) 1. Koning Nebukadnessar aan alle volken, natiën en talen, die op de gehele aarde wonen: uw vrede zij groot!
Daniël 5 — Het schrift op de wand (31 verzen) 1. Koning Belsassar richtte een grote maaltijd aan voor zijn machthebbers, duizend in getal; en in tegenwoordigheid van die duizend was hij aan …
Daniël 6 — Daniël in de leeuwenkuil (29 verzen) 1. Darius, de Meder, ontving het koningschap, toen hij tweeënzestig jaar oud was.
Daniël 7 — Het droomgezicht van de vier dieren (28 verzen) 1. In het eerste jaar van Belsassar, de koning van Babel, zag Daniël een droom en gezichten die hem op zijn legerstede voor …
Daniël 8 — Het gezicht van de ram en de bok (27 verzen) 1. In het derde jaar van de regering van koning Belsassar verscheen mij, Daniël, een gezicht, na het gezicht, dat mij eerder verschenen …
Daniël 9 — De openbaring aangaande de zeventig weken (27 verzen) 1. In het eerste jaar van Darius, de zoon van Ahasveros, uit het geslacht der Meden, die koning geworden was over het koninkrijk …
Daniël 10 — De toekomst van Daniëls volk (21 verzen) 1. In het derde jaar van Kores, de koning der Perzen, werd aan Daniël, die Beltesassar genoemd werd, een woord geopenbaard; dat woord …
Daniël 11 — De koningen van het Noorden en het Zuiden (45 verzen) 1. Ik echter, ik stond in het eerste jaar van Darius de Meder hèm tot een helper en toevlucht –.
Daniël 12 — De tijd van het einde – Slot (13 verzen) 1. Te dien tijde zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd …