2 Samuel 1 — David ontvangt de tijding van Sauls dood (27 verzen) 1. Na de dood van Saul, toen David, teruggekeerd van het verslaan der Amalekieten, twee dagen in Siklag vertoefd had,
2 Samuel 2 — David wordt koning over Juda (32 verzen) 1. Hierna vroeg David de Here: Zal ik optrekken naar een van de steden van Juda? De Here antwoordde hem: Trek op. David …
2 Samuel 3 — Zonen van David (39 verzen) 1. En er was een langdurige strijd tussen het huis van Saul en het huis van David; David werd gaandeweg sterker en het …
2 Samuel 4 — Isboset vermoord (12 verzen) 1. Toen de zoon van Saul hoorde, dat Abner in Hebron de dood had gevonden, ontzonk hem de moed, en geheel Israël werd …
2 Samuel 5 — David wordt koning over geheel Israël (25 verzen) 1. Toen kwamen alle stammen van Israël bij David te Hebron en zeiden: Zie, wij zijn uw eigen vlees en bloed.
2 Samuel 6 — De ark overgebracht naar Jeruzalem (23 verzen) 1. Wederom vergaderde David alle jongemannen in Israël, dertigduizend;
2 Samuel 7 — Gods verbond met David (29 verzen) 1. Toen de koning in zijn paleis was gaan wonen en de Here hem aan alle zijden van al zijn vijanden rust gegeven …
2 Samuel 8 — Davids overwinningen (18 verzen) 1. Daarna versloeg David de Filistijnen en onderwierp hen; en David ontnam de Filistijnen het bestuur over de hoofdstad.
2 Samuel 9 — David en Mefiboset (13 verzen) 1. David zeide: Is er soms nog iemand over van het huis van Saul? Dan zal ik hem trouw bewijzen ter wille van …
2 Samuel 10 — Davids oorlog tegen Ammonieten en Arameeërs (19 verzen) 1. Daarna stierf de koning der Ammonieten en zijn zoon Chanun werd koning in zijn plaats.
2 Samuel 11 — David en Batseba (27 verzen) 1. In het daaropvolgende jaar, ten tijde, dat de koningen plegen ten strijde te trekken, zond David Joab uit en zijn knechten met …
2 Samuel 12 — Natans bestraffing en Davids berouw (31 verzen) 1. En de Here zond Natan tot David. Deze kwam bij hem en zeide tot hem: Er waren in een stad twee mannen; …
2 Samuel 13 — Amnon en Tamar (39 verzen) 1. Daarna gebeurde het volgende. Absalom, de zoon van David, had een bekoorlijke zuster, Tamar geheten; en Amnon, de zoon van David, kreeg …
2 Samuel 14 — Terugkeer van Absalom (33 verzen) 1. Toen Joab, de zoon van Seruja, bemerkte, dat het hart van de koning naar Absalom uitging,
2 Samuel 15 — Samenzwering van Absalom (37 verzen) 1. Hierna schafte Absalom zich een wagen en paarden aan, benevens vijftig mannen die voor hem uit moesten lopen.
2 Samuel 16 — David ontmoet Siba (23 verzen) 1. Toen David een eindweegs voorbij de top was getrokken, kwam Siba, de knecht van Mefiboset, hem tegemoet met een paar gezadelde ezels, …
2 Samuel 17 — De raad van Achitofel door Chusai verijdeld (29 verzen) 1. Achitofel zeide tot Absalom: Laat mij toch twaalfduizend man uitkiezen; dan wil ik mij gereedmaken en David vannacht nog achtervolgen;
2 Samuel 18 — Absaloms nederlaag en dood (33 verzen) 1. Daarna monsterde David het krijgsvolk dat bij hem was, en stelde aan hun hoofd oversten over duizend en oversten over honderd.
2 Samuel 19 — Davids terugkeer te Jeruzalem (43 verzen) 1. En aan Joab werd meegedeeld: Zie, de koning weent en treurt over Absalom.
2 Samuel 20 — Opstand van Seba (26 verzen) 1. Nu was daar bij geval een nietswaardig man, Seba geheten, de zoon van Bikri, een Benjaminiet. Deze blies op de hoorn en …
2 Samuel 21 — De Gibeonieten en het huis van Saul (22 verzen) 1. Er was in de dagen van David een hongersnood gedurende drie jaren achtereen; en David zocht het aangezicht des Heren. De Here …
2 Samuel 22 — Davids danklied (51 verzen) 1. David sprak tot de Here de woorden van dit lied ten dage, dat de Here hem verlost had uit de greep van …
2 Samuel 23 — Laatste woorden van David (39 verzen) 1. Dit zijn de laatste woorden van David: Spreuk van David, de zoon van Isaï, en spreuk van de man die hoog geplaatst …
2 Samuel 24 — Volkstelling en straf (25 verzen) 1. De toorn des Heren ontbrandde weer tegen Israël; Hij zette David tegen hen op en zeide: Ga, tel Israël en Juda.