2 Kronieken 1 — Salomo’s bede om wijsheid (17 verzen) 1. Salomo, de zoon van David, betoonde zich krachtig in zijn koningschap; de Here, zijn God, was met hem en maakte hem uitermate …
2 Kronieken 2 — Voorbereidingen voor de tempelbouw (18 verzen) 1. Salomo beval een tempel te bouwen voor de naam des Heren en een koninklijk paleis voor zichzelf.
2 Kronieken 3 — Salomo’s tempelbouw (17 verzen) 1. Toen begon Salomo met de bouw van de tempel te Jeruzalem op de berg Moria, waar de Here aan zijn vader David …
2 Kronieken 4 — Het gereedschap van de tempel (22 verzen) 1. Ook maakte hij een koperen altaar; het was twintig el lang, twintig el breed en tien el hoog.
2 Kronieken 5 — Inwijding van de tempel (14 verzen) 1. Toen al het werk, dat Salomo aan het huis des Heren deed, voltooid was, bracht Salomo de geheiligde voorwerpen van zijn vader …
2 Kronieken 6 — Salomo’s gebed bij de inwijding (42 verzen) 1. Toen zeide Salomo: De Here heeft gezegd in donkerheid te willen wonen;
2 Kronieken 7 — De tweede verschijning des Heren aan Salomo (22 verzen) 1. Zodra Salomo zijn gebed geëindigd had, daalde vuur uit de hemel neer en verteerde het brandoffer en de slachtoffers; en de heerlijkheid …
2 Kronieken 8 — Salomo’s bouwwerken en eredienst (18 verzen) 1. Na afloop van de twintig jaren, waarin Salomo het huis des Heren en zijn eigen huis had gebouwd,
2 Kronieken 9 — Het bezoek van de koningin van Seba (31 verzen) 1. De koningin van Seba had de roep omtrent Salomo vernomen. Toen kwam zij te Jeruzalem om Salomo door raadselen op de proef …
2 Kronieken 10 — De scheuring van het rijk (19 verzen) 1. Rechabeam ging naar Sichem, want naar Sichem was geheel Israël gekomen om hem koning te maken.
2 Kronieken 11 — Rechabeams eerste regeringsjaren (23 verzen) 1. Toen Rechabeam te Jeruzalem was gekomen, riep hij het huis van Juda en Benjamin bijeen, honderdtachtigduizend strijdbare jonge mannen, om tegen Israël …
2 Kronieken 12 — Inval van Sisak en dood van Rechabeam (16 verzen) 1. Toen Rechabeam zijn koninklijke macht stevig gevestigd had en sterk geworden was, verliet hij de wet des Heren, en geheel Israël met …
2 Kronieken 13 — Regering van Abia – Zijn overwinning op Jerobeam (22 verzen) 1. In het achttiende jaar van koning Jerobeam werd Abia koning over Juda.
2 Kronieken 14 — Asa’s overwinning op Zerach (15 verzen) 1. Abia ging bij zijn vaderen te ruste en men begroef hem in de stad Davids. Zijn zoon Asa werd koning in zijn …
2 Kronieken 15 — Asa’s optreden tegen afgoderij (19 verzen) 1. De Geest Gods kwam over Azarja, de zoon van Oded;
2 Kronieken 16 — Asa’s verbond met Aram tegen Israël – Zijn dood (14 verzen) 1. In het zesendertigste jaar der regering van Asa trok Basa, de koning van Israël, op tegen Juda en versterkte Rama, om alle …
2 Kronieken 17 — Regering en macht van Josafat (19 verzen) 1. Zijn zoon Josafat werd koning in zijn plaats. Hij trad krachtig op tegen Israël,
2 Kronieken 18 — Verbond van Josafat met Achab (34 verzen) 1. Toen Josafat rijkdom en eer in overvloed bezat, verzwagerde hij zich met Achab.
2 Kronieken 19 — Josafats regeling der rechtspraak (11 verzen) 1. Toen Josafat, de koning van Juda, behouden naar zijn huis te Jeruzalem terugkeerde,
2 Kronieken 20 — Overwinning op de Moabieten en Ammonieten (37 verzen) 1. Daarna geschiedde het, dat de Moabieten, de Ammonieten en met hen een deel van de Meünieten tegen Josafat ten strijde trokken.
2 Kronieken 21 — Jorams goddeloze regering (20 verzen) 1. Josafat ging bij zijn vaderen te ruste en werd begraven bij zijn vaderen in de stad Davids; zijn zoon Joram werd koning …
2 Kronieken 22 — Achazja, door Jehu gedood (12 verzen) 1. Toen maakten de inwoners van Jeruzalem Achazja, zijn jongste zoon, koning in zijn plaats, want een roverbende die met de Arabieren in …
2 Kronieken 23 — Atalja gedood, Joas tot koning gekroond (21 verzen) 1. Maar in het zevende jaar vatte Jojada moed en verbond zich met de oversten over honderd: Azarja, de zoon van Jerocham, Jismaël, …
2 Kronieken 24 — De regering van Joas (27 verzen) 1. Joas was zeven jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde veertig jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Sibja; zij was …
2 Kronieken 25 — Amasja’s overwinning en nederlaag (28 verzen) 1. Toen Amasja vijfentwintig jaar oud was, werd hij koning en hij regeerde negenentwintig jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Jehoaddan; zij was …
2 Kronieken 26 — Uzzia’s voorspoedige regering (23 verzen) 1. Het gehele volk van Juda nam Uzzia, die zestien jaar oud was, en zij maakten hem koning in de plaats van zijn …
2 Kronieken 27 — De regering van Jotam (9 verzen) 1. Jotam was vijfentwintig jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde zestien jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Jerusa; zij was de …
2 Kronieken 28 — Achaz’ goddeloze regering (27 verzen) 1. Achaz was twintig jaar oud, toen hij koning werd: hij regeerde zestien jaar te Jeruzalem. Hij deed niet wat recht is in …
2 Kronieken 29 — Hizkia’s reiniging van de tempel (36 verzen) 1. Jechizkia werd koning, vijfentwintig jaar oud, en hij regeerde negenentwintig jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Abia; zij was de dochter van …
2 Kronieken 30 — Hizkia’s viering van het Paasfeest (27 verzen) 1. Toen zond Jechizkia een boodschap tot geheel Israël en Juda, ja, zelfs schreef hij brieven aan Efraïm en Manasse, dat zij zouden …
2 Kronieken 31 — Hizkia regelt de gaven voor de tempeldienst (21 verzen) 1. Toen nu dit alles geëindigd was, trokken al de Israëlieten, die zich daar bevonden, uit naar de steden van Juda, verbrijzelden de …
2 Kronieken 32 — Sanheribs inval en aftocht (33 verzen) 1. Na deze gebeurtenissen, waarin (Jechizkia’s) trouw bleek, rukte Sanherib, de koning van Assur, op. Hij trok Juda binnen, belegerde de versterkte steden …
2 Kronieken 33 — De regering van Manasse (25 verzen) 1. Manasse was twaalf jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde vijfenvijftig jaar te Jeruzalem.
2 Kronieken 34 — De hervorming van Josia (33 verzen) 1. Josia was acht jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde eenendertig jaar te Jeruzalem.
2 Kronieken 35 — Josia’s viering van het Pascha (27 verzen) 1. Daarop vierde Josia in Jeruzalem de Here het Pascha. Men slachtte het Pascha op de veertiende der eerste maand.
2 Kronieken 36 — Joachaz, Jojakim, Jojakin (23 verzen) 1. Daarop nam het volk des lands Joachaz, de zoon van Josia, en maakte hem koning in Jeruzalem, in de plaats van zijn …