1 Samuel 1 — De geboorte van Samuël (28 verzen) 1. Er was een zeker man uit Ramataïm-Sofim, uit het gebergte van Efraïm, die Elkana heette, de zoon van Jerocham, de zoon van …
1 Samuel 2 — De lofzang van Hanna (36 verzen) 1. Toen bad Hanna en zeide: Mijn hart juicht in de Here, mijn hoorn is verhoogd in de Here. Wijd opent zich mijn …
1 Samuel 3 — De roeping van Samuël (21 verzen) 1. De jonge Samuël was in de dienst des Heren onder toezicht van Eli. Nu was in die dagen het woord des Heren …
1 Samuel 4 — De ark Gods buitgemaakt (22 verzen) 1. En het woord van Samuël kwam tot geheel Israël. Israël trok ten strijde tegen de Filistijnen en legerde zich bij Eben-Haëzer; de …
1 Samuel 5 — De ark in het land der Filistijnen (12 verzen) 1. De Filistijnen hadden de ark Gods buitgemaakt en haar van Eben-Haëzer naar Asdod gebracht.
1 Samuel 6 — De ark naar Israël teruggezonden (21 verzen) 1. Toen de ark des Heren zeven maanden in het gebied der Filistijnen geweest was,
1 Samuel 7 — De Filistijnen bij Mispa verslagen (17 verzen) 1. De mannen van Kirjat-Jearim kwamen, voerden de ark des Heren mee en brachten haar in het huis van Abinadab op de heuvel. …
1 Samuel 8 — Het volk begeert een koning (22 verzen) 1. Toen Samuël oud geworden was, stelde hij zijn zonen aan tot richters over Israël.
1 Samuel 9 — Saul tot koning gezalfd (27 verzen) 1. Er was een man uit Benjamin, Kis geheten, de zoon van Abiël, de zoon van Seror, de zoon van Bekorat, de zoon …
1 Samuel 10 — Saul door het volk als koning erkend (27 verzen) 1. Toen nam Samuël de oliekruik, goot haar uit over zijn hoofd, kuste hem en zeide: Heeft de Here u niet tot vorst …
1 Samuel 11 — Saul verlost Jabes (15 verzen) 1. De Ammoniet Nachas trok op en sloeg het beleg voor Jabes in Gilead. Toen zeiden alle mannen van Jabes tot Nachas: Sluit …
1 Samuel 12 — Samuëls afscheid van het volk (25 verzen) 1. Samuël nu zeide tot geheel Israël: Zie, ik heb naar u geluisterd in al wat gij tot mij gezegd hebt, en heb …
1 Samuel 13 — Sauls ongehoorzaamheid te Gilgal (23 verzen) 1. Saul nu was één jaar aan de regering geweest. Toen hij twee jaar over Israël geregeerd had,
1 Samuel 14 — Jonatans overval op de Filistijnen (52 verzen) 1. Op zekere dag zeide Jonatan, de zoon van Saul, tot zijn wapendrager: Kom, laten wij oversteken naar de wachtpost der Filistijnen aan …
1 Samuel 15 — Saul verworpen (35 verzen) 1. Samuël zeide tot Saul: Mij heeft de Here gezonden om u tot koning te zalven over zijn volk, over Israël; nu dan, …
1 Samuel 16 — David tot koning gezalfd (23 verzen) 1. De Here zeide tot Samuël: Hoelang zult gij nog leed dragen over Saul, en Ik heb hem toch verworpen, dat hij geen …
1 Samuel 17 — David en Goliat (58 verzen) 1. De Filistijnen nu verzamelden hun leger tot de strijd en trokken zich samen te Soko, dat tot Juda behoort. Zij legerden zich …
1 Samuel 18 — Sauls haat tegen David (30 verzen) 1. Terstond, nadat David opgehouden had tot Saul te spreken, werd de ziel van Jonatan verknocht aan die van David; en Jonatan had …
1 Samuel 19 — David vlucht voor Sauls aanslagen (24 verzen) 1. Saul sprak er met zijn zoon Jonatan en met al zijn dienaren over om David te doden. Maar Jonatan, Sauls zoon, was …
1 Samuel 20 — Verbond tussen David en Jonatan (43 verzen) 1. Toen vluchtte David uit Najot, bij Rama; hij kwam bij Jonatan en zeide: Wat heb ik gedaan? Wat is mijn ongerechtigheid of …
1 Samuel 21 — David te Nob (15 verzen) 1. David kwam te Nob bij de priester Achimelek. Toen ging Achimelek David bevende tegemoet en vroeg hem: Waarom zijt gij alleen en …
1 Samuel 22 — David bij Adullam (23 verzen) 1. David ging vandaar weg en ontkwam naar de spelonk van Adullam. Toen zijn broeders en zijn gehele familie dit hoorden, kwamen zij …
1 Samuel 23 — David te Keïla (29 verzen) 1. Men deelde David mee: Zie, de Filistijnen strijden tegen Keïla en roven de dorsvloeren leeg.
1 Samuel 24 — David spaart Sauls leven (23 verzen) 1. David trok vandaar en hield verblijf in de bergvestingen van Engedi.
1 Samuel 25 — David, Nabal en Abigaïl (44 verzen) 1. Samuël stierf. Toen kwam geheel Israël bijeen, bedreef rouw over hem en begroef hem in zijn huis te Rama. En David ging …
1 Samuel 26 — David spaart opnieuw Sauls leven (25 verzen) 1. De Zifieten kwamen tot Saul te Gibea en zeiden: Weet gij wel, dat David zich verborgen houdt op de heuvel van Chakila …
1 Samuel 27 — David bij de Filistijnen (12 verzen) 1. David echter dacht bij zichzelf: Op de een of andere dag zal ik toch nog door de hand van Saul omkomen. Het …
1 Samuel 28 — Saul te Endor (25 verzen) 1. In die dagen verzamelden de Filistijnen hun legers om een veldtocht tegen Israël te ondernemen. En Akis zeide tot David: Bedenk wel, …
1 Samuel 29 — David door de Filistijnen teruggezonden (11 verzen) 1. De Filistijnen verzamelden al hun legers te Afek, terwijl de Israëlieten bij de bron te Jizreël gelegerd waren.
1 Samuel 30 — Siklag verbrand – Davids wraak op de Amalekieten (31 verzen) 1. Toen David met zijn mannen op de derde dag in Siklag kwam, hadden de Amalekieten een inval gedaan in het Zuiderland en …
1 Samuel 31 — Sauls dood (13 verzen) 1. Intussen streden de Filistijnen tegen Israël. De mannen van Israël sloegen voor hen op de vlucht en er vielen doden op het …