Rechters 1 — De Israëlieten na de dood van Jozua (36 verzen) 1. Het gebeurde na de dood van Jozua dat de Israëlieten de HEERE vroegen: Wie van ons zal het eerst optrekken tegen de …
Rechters 2 — De Engel des Heren te Bokim (23 verzen) 1. En een Engel van de HEERE ging van Gilgal naar Bochim en zei: Ik heb u uit Egypte geleid en u in …
Rechters 3 — Otniël (31 verzen) 1. Dit nu zijn de volken die de HEERE liet blijven om Israël door hen op de proef te stellen, dat wil zeggen …
Rechters 4 — Debora en Barak (24 verzen) 1. Toen Ehud gestorven was, deden de Israëlieten opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE.
Rechters 5 — Het lied van Debora (31 verzen) 1. Toen zong Debora met Barak, de zoon van Abinoam, op die dag:
Rechters 6 — Gideon tot richter geroepen (40 verzen) 1. Maar de Israëlieten deden wat slecht was in de ogen van de HEERE. Toen gaf de HEERE hen over in de hand …
Rechters 7 — Gideon jaagt de vijand uit het land (25 verzen) 1. Toen stond Jerubbaäl (dat is Gideon) vroeg op, met al het volk dat bij hem was. Zij sloegen hun kamp op bij …
Rechters 8 — Midjan verslagen, zijn koningen gedood (35 verzen) 1. Toen zeiden de mannen van Efraïm tegen hem: Wat is dit wat u ons hebt aangedaan, dat u ons niet hebt geroepen …
Rechters 9 — Abimeleks koningschap te Sichem (57 verzen) 1. En Abimelech, de zoon van Jerubbaäl, ging naar Sichem, naar de broers van zijn moeder, en hij sprak tot hen en tot …
Rechters 10 — Tola (18 verzen) 1. Na Abimelech stond Tola op om Israël te verlossen. Hij was de zoon van Pua, de zoon van Dodo, een man uit …
Rechters 11 — Jefta en Ammon (40 verzen) 1. De Gileadiet Jefta nu was een strijdbare held, maar hij was het kind van een hoer. Gilead had Jefta echter verwekt.
Rechters 12 — Jefta en Efraïm (15 verzen) 1. Toen werden de mannen van Efraïm bijeengeroepen en zij staken de Jordaan over naar het noorden. En zij zeiden tegen Jefta: Waarom …
Rechters 13 — De geboorte van Simson (25 verzen) 1. Maar de Israëlieten deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de …
Rechters 14 — Simsons huwelijk en raadsel (20 verzen) 1. Simson ging naar Timna. En toen hij in Timna een vrouw uit de dochters van de Filistijnen had gezien,
Rechters 15 — Simsons strijd met de Filistijnen (20 verzen) 1. En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij …
Rechters 16 — Simson te Gaza (31 verzen) 1. Simson ging naar Gaza en zag daar een vrouw die een hoer was, en ging bij haar binnen.
Rechters 17 — Micha en de Leviet uit Betlehem (13 verzen) 1. Er was een man uit het bergland van Efraïm, die Micha heette.
Rechters 18 — De rooftocht der Danieten (31 verzen) 1. In die dagen was er geen koning in Israël. En in die dagen zocht de stam van de Danieten voor zich een …
Rechters 19 — De schanddaad te Gibea (30 verzen) 1. En het gebeurde in die dagen, toen er in Israël geen koning was, dat er een Levitische man was, die als vreemdeling …
Rechters 20 — De strijd tegen de Benjaminieten (48 verzen) 1. Toen trokken alle Israëlieten uit en de gemeenschap verzamelde zich als één man, vanaf Dan tot Berseba, ook het land van Gilead, …
Rechters 21 — Het voortbestaan van Benjamin verzekerd (25 verzen) 1. Nu hadden de mannen van Israël in Mizpa gezworen en gezegd: Niemand van ons zal zijn dochter aan de Benjaminieten tot vrouw …