Numeri 1 — De telling van Israëls leger (54 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes in de woestijn Sinaï, in de tent van ontmoeting, op de eerste dag van de tweede maand, …
Numeri 2 — De opstelling van de stammen (34 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes en tot Aäron:
Numeri 3 — De Levieten (51 verzen) 1. Dit nu zijn de afstammelingen van Aäron en Mozes op de dag dat de HEERE met Mozes sprak op de berg Sinaï.
Numeri 4 — De dienst van de Levieten geteld (49 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes en tot Aäron:
Numeri 5 — Voorschrift betreffende de onreinen (31 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes:
Numeri 6 — De wet op het Nazireeërschap (27 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes:
Numeri 7 — De offergaven bij de inwijding van de tabernakel (89 verzen) 1. Het was op de dag dat Mozes gereed was met het opbouwen van de tabernakel, dat hij die zalfde en die heiligde …
Numeri 8 — De kandelaar (26 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes:
Numeri 9 — Het tweede Pascha (23 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes in de woestijn Sinaï, in het tweede jaar nadat zij uit het land Egypte vertrokken waren, in …
Numeri 10 — De trompetten (36 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes:
Numeri 11 — Het vuur des Heren (35 verzen) 1. En het gebeurde, toen het volk zich beklaagde, dat het kwaad was in de oren van de HEERE, want de HEERE hoorde …
Numeri 12 — Mirjam met melaatsheid gestraft (16 verzen) 1. Mirjam, en ook Aäron, spraken over Mozes vanwege de Cusjitische vrouw die hij genomen had, want hij had een Cusjitische vrouw genomen.
Numeri 13 — De twaalf verspieders (33 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes:
Numeri 14 — De inval in het Zuiden mislukt (45 verzen) 1. Toen begon heel de gemeenschap luid te weeklagen en bleef het volk in die nacht luid jammeren.
Numeri 15 — Het vuuroffer (41 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes:
Numeri 16 — De opstand van Korach, Datan en Abiram (50 verzen) 1. Korach nu, de zoon van Jizhar, zoon van Kahath, zoon van Levi, nam zowel Dathan en Abiram, zonen van Eliab, als On, …
Numeri 17 — De bloeiende staf van Aäron (13 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes:
Numeri 18 — Plichten en inkomsten van priesters en Levieten (32 verzen) 1. De HEERE zei tegen Aäron: U, uw zonen en uw familie met u, moeten de gevolgen dragen van ongerechtigheid in het heiligdom. …
Numeri 19 — Het reinigingswater (22 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes en tot Aäron:
Numeri 20 — De dood van Mirjam (29 verzen) 1. De Israëlieten kwamen in de woestijn Zin, heel de gemeenschap, in de eerste maand, en het volk bleef in Kades. Daar stierf …
Numeri 21 — De strijd bij Chorma (35 verzen) 1. Toen de Kanaäniet, de koning van Harad, die in het Zuiderland woonde, hoorde dat Israël langs de weg van Atharim kwam, bond …
Numeri 22 — Bileam zegent Israël (41 verzen) 1. Daarna braken de Israëlieten op en sloegen hun kamp op in de vlakten van Moab, aan deze zijde van de Jordaan, ter …
Numeri 23 — Bileams eerste en tweede spreuk (30 verzen) 1. Bileam zei tegen Balak: Bouw hier voor mij zeven altaren en bereid hier voor mij zeven jonge stieren en zeven rammen.
Numeri 24 — Bileams derde en vierde spreuk (25 verzen) 1. Toen Bileam zag dat het in de ogen van de HEERE goed was dat hij Israël zegende, ging hij niet, zoals de …
Numeri 25 — Israëls afgoderij met Baäl-Peor (18 verzen) 1. Israël verbleef in Sittim, en het volk begon hoererij te bedrijven met de dochters van Moab.
Numeri 26 — Tweede telling van Israël (65 verzen) 1. Het gebeurde nu na die plaag dat de HEERE tegen Mozes en tegen Eleazar, de zoon van de priester Aäron, zei:
Numeri 27 — Het erfrecht van dochters (23 verzen) 1. Toen kwamen de dochters van Zelafead, de zoon van Hefer, de zoon van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse, …
Numeri 28 — Het dagelijks offer en de feestoffers (31 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes:
Numeri 29 — De offers der najaarsfeesten (40 verzen) 1. In de zevende maand nu, op de eerste dag van de maand, moet u een heilige samenkomst houden; geen enkel dienstwerk mag …
Numeri 30 — De geloften der vrouwen (16 verzen) 1. Mozes sprak tot de hoofden van de stammen van de Israëlieten: Dit is de zaak die de HEERE geboden heeft:
Numeri 31 — De wraak op de Midjanieten (54 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes:
Numeri 32 — De toewijzing van het Overjordaanse (42 verzen) 1. Nu hadden de nakomelingen van Ruben veel vee; en de nakomelingen van Gad hadden geweldig veel vee. Zij bekeken het land Jaëzer …
Numeri 33 — Overzicht van de tocht door de woestijn (56 verzen) 1. Dit zijn de rustplaatsen van de Israëlieten, die uit het land Egypte vertrokken zijn, ingedeeld naar hun legers, door de dienst van …
Numeri 34 — De grenzen van Kanaän (29 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes:
Numeri 35 — De steden der Levieten (34 verzen) 1. De HEERE sprak tot Mozes, in de vlakten van Moab, aan de Jordaan, ter hoogte van Jericho:
Numeri 36 — Het huwelijk van erfdochters (13 verzen) 1. En de familiehoofden van het geslacht van de nakomelingen van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse, uit de geslachten …