Jeremia 1 — De roeping van Jeremia (19 verzen) 1. De woorden van Jeremia, de zoon van Hilkia, uit de priesters die in Anathoth waren, in het land van Benjamin.
Jeremia 2 — De trouweloze echtgenote (37 verzen) 1. Het woord van de HEERE kwam tot mij:
Jeremia 3 — Israël de afkerige en Juda de trouweloze (25 verzen) 1. Men zegt: Als een man zijn vrouw wegstuurt, zij bij hem weggaat en de vrouw van een andere man wordt, mag hij …
Jeremia 4 — Het onheil uit het Noorden (31 verzen) 1. Als u zich bekeert, Israël, spreekt de HEERE, bekeer u dan tot Mij, en als u uw afschuwelijke afgoden wegdoet van voor …
Jeremia 5 — Geen rechtvaardige in Jeruzalem te vinden (31 verzen) 1. Trek rond door de straten van Jeruzalem, kijk toch en let op, zoek op zijn pleinen, of u iemand vindt, of er …
Jeremia 6 — Het onheil dringt op uit het Noorden (30 verzen) 1. Breng u in veiligheid, nakomelingen van Benjamin, uit het midden van Jeruzalem! Blaas de bazuin in Tekoa, geef een vuursignaal af boven …
Jeremia 7 — De tempelprediking (34 verzen) 1. Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia:
Jeremia 8 — Zonde en gericht (22 verzen) 1. In die tijd, spreekt de HEERE, zullen zij de beenderen van de koningen van Juda, de beenderen van hun vorsten, de beenderen …
Jeremia 9 — Klacht en treurlied over Juda (26 verzen) 1. Och, was mijn hoofd maar water en mijn oog een bron van tranen, ik zou dag en nacht wenen over de gesneuvelden …
Jeremia 10 — God en de afgoden (25 verzen) 1. Hoor het woord dat de HEERE tot u spreekt, huis van Israël.
Jeremia 11 — De verbondsbreuk (23 verzen) 1. Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia:
Jeremia 12 — Juda en de naburige volken (17 verzen) 1. HEERE, U zou rechtvaardig blijken, wanneer ik met U een rechtszaak zou voeren. Toch wil ik met U over Uw oordelen spreken. …
Jeremia 13 — De linnen gordel (27 verzen) 1. Zo heeft de HEERE tegen mij gezegd: Ga voor u een linnen gordel kopen, doe hem om uw middel en laat hem …
Jeremia 14 — Naar aanleiding van een grote droogte (22 verzen) 1. Het woord van de HEERE dat tot Jeremia gekomen is met betrekking tot de grote droogte.
Jeremia 15 — De onafwendbare straf – Jeremia’s klacht (21 verzen) 1. De HEERE zei tegen mij: Al stond Mozes of Samuel voor Mijn aangezicht, dan nog zou Mijn ziel niet met dit volk …
Jeremia 16 — Ten ondergang gedoemd (21 verzen) 1. Het woord van de HEERE kwam tot mij:
Jeremia 17 — Sabbatsheiliging (27 verzen) 1. De zonde van Juda is opgeschreven met een stift van ijzer, met een punt van diamant ingegrift op de schrijf tafel van …
Jeremia 18 — Bij de pottenbakker (23 verzen) 1. Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia:
Jeremia 19 — De gebroken kruik in het dal Hinnom (15 verzen) 1. Zo zegt de HEERE: Ga een aarden pottenbakkerskruik kopen, en neem enkelen van de oudsten van het volk en van de oudsten …
Jeremia 20 — Jeremia’s zielestrijd (18 verzen) 1. Toen Pashur, de zoon van de priester Immer — hij was tevens hoofdopzichter in het huis van de HEERE — Jeremia deze …
Jeremia 21 — Sedekia’s eerste gezantschap (14 verzen) 1. Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia, toen koning Zedekia Pashur, de zoon van Malchia, en de priester Zefanja, …
Jeremia 22 — Over Sallum (30 verzen) 1. Zo zegt de HEERE: Daal af naar het huis van de koning van Juda en spreek daar dit woord
Jeremia 23 — De rechtvaardige Spruit (40 verzen) 1. Wee de herders die de schapen van Mijn weide ombrengen en overal verspreiden, spreekt de HEERE.
Jeremia 24 — De twee korven vijgen (10 verzen) 1. De HEERE liet mij zien, en zie, twee manden met vijgen waren neergezet voor de tempel van de HEERE, nadat Nebukadrezar, de …
Jeremia 25 — Nebukadressar (38 verzen) 1. Het woord dat tot Jeremia is gekomen over heel het volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van …
Jeremia 26 — De tempelprediking en haar gevolgen (24 verzen) 1. In het begin van het koningschap van Jojakim, de zoon van Josia, koning van Juda, kwam dit woord van de HEERE:
Jeremia 27 — Onderwerping aan Babel (22 verzen) 1. In het begin van het koningschap van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, kwam dit woord van de HEERE …
Jeremia 28 — De profeet Chananja (17 verzen) 1. Het gebeurde in hetzelfde jaar, aan het begin van het koningschap van Zedekia, de koning van Juda, in het vierde jaar, in …
Jeremia 29 — Brief aan de ballingen in Babel (32 verzen) 1. Dit zijn de woorden van de brief die de profeet Jeremia uit Jeruzalem gestuurd heeft aan de rest van de oudsten van …
Jeremia 30 — Israëls herstel (24 verzen) 1. Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia:
Jeremia 31 — Het nieuwe verbond (40 verzen) 1. In die tijd, spreekt de HEERE, zal Ik al de geslachten van Israël tot een God zijn, en zíj zullen Mij tot …
Jeremia 32 — De koop van een akker (44 verzen) 1. Het woord dat van de HEERE tot Jeremia gekomen is in het tiende regerings jaar van Zedekia, de koning van Juda. Dit …
Jeremia 33 — Belofte van herstel (26 verzen) 1. Het woord van de HEERE kwam voor de tweede keer tot Jeremia, toen hij nog opgesloten zat op het binnenplein van de …
Jeremia 34 — Waarschuwingen aan Sedekia (22 verzen) 1. Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia, toen Nebukadrezar, de koning van Babel, en heel zijn leger, en alle …
Jeremia 35 — De Rekabieten (19 verzen) 1. Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia in de dagen van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van …
Jeremia 36 — De boekrol (32 verzen) 1. Het gebeurde in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, dat dit woord van de HEERE …
Jeremia 37 — Sedekia’s tweede gezantschap (21 verzen) 1. Koning Zedekia, de zoon van Josia, werd koning in plaats van Chonia, de zoon van Jojakim, omdat Nebukadrezar, de koning van Babel, …
Jeremia 38 — Jeremia in een put geworpen (28 verzen) 1. Toen Sefatja, de zoon van Mattan, en Gedalia, de zoon van Pashur, en Juchal, de zoon van Selemja, en Pashur, de zoon …
Jeremia 39 — De inneming van Jeruzalem (18 verzen) 1. In het negende jaar van Zedekia, de koning van Juda, in de tiende maand, kwam Nebukadrezar, de koning van Babel, met heel …
Jeremia 40 — Jeremia bij Gedalja (16 verzen) 1. Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, hem uit Rama weg had …
Jeremia 41 — De vlucht naar Egypte (18 verzen) 1. Het gebeurde echter in de zevende maand dat Ismaël, de zoon van Nethanja, de zoon van Elisama, iemand van koninklijken bloede, en …
Jeremia 42 — Het overblijfsel vraagt Jeremia raad (22 verzen) 1. Toen naderden alle bevelhebbers van de legers, Johanan, de zoon van Kareah, Jezanja, de zoon van Hosaja, en heel het volk, van …
Jeremia 43 — De verovering van Egypte voorspeld (13 verzen) 1. Het gebeurde zodra Jeremia geëindigd had tot heel het volk te spreken alle woorden van de HEERE, hun God, waarmee de HEERE, …
Jeremia 44 — Hernieuwing van de dienst der hemelkoningin (30 verzen) 1. Het woord dat gekomen is tot Jeremia voor alle Judeeërs die in het land Egypte woonden, die woonden in Migdol, in Tachpanhes, …
Jeremia 45 — Aan Baruch (5 verzen) 1. Het woord dat de profeet Jeremia gesproken heeft tot Baruch, de zoon van Neria, toen hij deze woorden uit de mond van …
Jeremia 46 — Over de heidense volken (28 verzen) 1. Het woord van de HEERE dat tot de profeet Jeremia kwam tegen de heidenvolken.
Jeremia 47 — Over de Filistijnen (7 verzen) 1. Het woord van de HEERE dat tot de profeet Jeremia kwam, tegen de Filistijnen, voordat de farao Gaza versloeg.
Jeremia 48 — Over Moab (47 verzen) 1. Over Moab. Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Wee over Nebo, want het is verwoest! Kirjathaïm staat …
Jeremia 49 — Over de Ammonieten (39 verzen) 1. Over de Ammonieten. Zo zegt de HEERE: Heeft Israël geen kinderen of heeft het geen erfgenaam? Waarom is Malcam dan erfgenaam van …
Jeremia 50 — Over Babel (46 verzen) 1. Het woord dat de HEERE gesproken heeft tegen Babel, tegen het land van de Chaldeeën, door de dienst van de profeet Jeremia:
Jeremia 51 — De ondergang van Babel voltrokken (64 verzen) 1. Zo zegt de HEERE: Zie, Ik ga een storm wind opwekken die te gronde richt, tegen Babel en tegen de inwoners van …
Jeremia 52 — Het lot van Jeruzalem (34 verzen) 1. Zedekia was eenentwintig jaar oud, toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Hamutal, …