1 Kronieken 1 — Geslachtsregister van Adam tot Abraham (54 verzen) 1. Adam, Seth, Enos,
1 Kronieken 2 — De nakomelingen van Juda (55 verzen) 1. Dit zijn de zonen van Israël: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon,
1 Kronieken 3 — De nakomelingen van David (24 verzen) 1. Dit waren de zonen van David, die bij hem in Hebron geboren zijn: de eerstgeborene Amnon, bij Ahinoam uit Jizreël; de tweede …
1 Kronieken 4 — Andere nakomelingen van Juda (43 verzen) 1. De zonen van Juda waren Perez, Hezron, Charmi, Hur en Sobal.
1 Kronieken 5 — De Overjordaanse stammen (26 verzen) 1. De zonen van Ruben, de eerstgeborene van Israël — hij was namelijk de eerstgeborene, maar omdat hij het bed van zijn vader …
1 Kronieken 6 — Registers van de stam Levi (81 verzen) 1. De zonen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.
1 Kronieken 7 — De overige stammen (40 verzen) 1. De zonen van Issaschar waren Tola, Pua, Jasib en Simron: vier zonen.
1 Kronieken 8 — Geslachtsregister van Benjamin (40 verzen) 1. Benjamin verwekte Bela, zijn eerstgeborene, Asbel, de tweede, Ahrah, de derde,
1 Kronieken 9 — De bevolking van Jeruzalem (44 verzen) 1. Heel Israël werd in geslachtsregisters ingeschreven, en zie, zij zijn geschreven in het boek van de koningen van Israël. De Judeeërs werden …
1 Kronieken 10 — Sauls dood (14 verzen) 1. En de Filistijnen streden tegen Israël, en de mannen van Israël vluchtten voor de Filistijnen en vielen dodelijk gewond op het gebergte …
1 Kronieken 11 — David wordt koning en verovert Jeruzalem (47 verzen) 1. Toen kwam heel Israël bij David te Hebron bijeen, en zij zeiden: Zie, wij zijn uw beenderen en uw vlees.
1 Kronieken 12 — Davids aanhangers te Siklag (40 verzen) 1. Dezen zijn het die naar David in Ziklag kwamen, toen hij nog uitgesloten was van de nabijheid van Saul, de zoon van …
1 Kronieken 13 — De ark uit Kirjat-Jearim gehaald (14 verzen) 1. Daarop pleegde David overleg met de bevelhebbers over duizend en die over honderd, en met alle vorsten.
1 Kronieken 14 — Het paleis en het gezin van David (17 verzen) 1. En Hiram, de koning van Tyrus, stuurde boden naar David, met cederhout, metselaars en timmerlieden, om een huis voor hem te bouwen.
1 Kronieken 15 — De ark overgebracht naar Jeruzalem (29 verzen) 1. David bouwde voor zichzelf huizen in de stad van David; en hij maakte voor de ark van God een plaats gereed, en …
1 Kronieken 16 — Davids lofzang (43 verzen) 1. Toen zij de ark van God de stad binnenbrachten, zetten zij die midden in de tent die David ervoor gespannen had. En …
1 Kronieken 17 — Gods verbond met David (27 verzen) 1. En het gebeurde, toen David in zijn huis zat, dat David tegen de profeet Nathan zei: Zie, ik verblijf in een huis …
1 Kronieken 18 — Davids overwinningen (17 verzen) 1. Daarna gebeurde het dat David de Filistijnen versloeg en hen onderwierp; en hij nam Gath en de bijbehorende plaatsen uit de macht …
1 Kronieken 19 — Oorlog tegen Ammonieten en Arameeërs (19 verzen) 1. Het gebeurde daarna dat Nahas, de koning van de Ammonieten, stierf, en zijn zoon werd koning in zijn plaats.
1 Kronieken 20 — Strijd tegen de Filistijnen (8 verzen) 1. Het gebeurde ten tijde van het aanbreken van het nieuwe jaar, in de tijd dat de koningen ten strijde trekken, dat Joab …
1 Kronieken 21 — Volkstelling en straf – De plaats voor de tempel (30 verzen) 1. Toen stond de satan op tegen Israël, en hij zette David ertoe aan om Israël te tellen.
1 Kronieken 22 — Voorbereiding voor de tempelbouw (19 verzen) 1. Toen zei David: Dit hier is het huis van de HEERE God, en dit is het brandofferaltaar voor Israël.
1 Kronieken 23 — Indeling en taak der Levieten (32 verzen) 1. Toen David oud en verzadigd van dagen was, maakte hij zijn zoon Salomo koning over Israël.
1 Kronieken 24 — De indeling der priesters (31 verzen) 1. Wat de nakomelingen van Aäron betreft, waren dit hun afdelingen. De zonen van Aäron waren Nadab, Abihu, Eleazar en Ithamar.
1 Kronieken 25 — De zangers (31 verzen) 1. Verder zonderde David met de legerbevelhebbers mensen af voor het dienstwerk uit de nakomelingen van Asaf, Heman en Jeduthun. Zij profeteerden onder …
1 Kronieken 26 — Poortwachters, schatmeesters en opzichters (32 verzen) 1. Wat betreft de afdelingen van de poortwachters: van de Korachieten: Meselemja, de zoon van Kore, uit de zonen van Asaf.
1 Kronieken 27 — De indeling van het leger – De hoge ambtenaren (34 verzen) 1. Dit zijn de Israëlieten volgens hun aantal, de hoofden van de families, de bevelhebbers over duizend en over honderd, met hun voormannen …
1 Kronieken 28 — David draagt Salomo de tempelbouw op (21 verzen) 1. Toen riep David alle leiders van Israël in Jeruzalem bijeen: de leiders van de stammen, de bevelhebbers van de leger afdelingen, die …
1 Kronieken 29 — De bijdrage voor de tempelbouw (30 verzen) 1. Verder zei koning David tegen heel de gemeente: God heeft mijn zoon Salomo als enige uitgekozen, nog jong en onervaren. Dit werk …