1 Koningen 1 — Salomo’s troonsbestijging (53 verzen) 1. Koning David nu was oud en op dagen gekomen. Men dekte hem met dekens toe, maar hij werd niet warm.
1 Koningen 2 — Salomo’s eerste regeringsdaden (46 verzen) 1. Toen de dagen van David naderbij kwamen dat hij zou sterven, gebood hij zijn zoon Salomo:
1 Koningen 3 — Salomo’s bede om wijsheid (28 verzen) 1. Salomo ging huwelijksbanden aan met de farao, de koning van Egypte: hij nam de dochter van de farao tot vrouw en bracht …
1 Koningen 4 — Salomo’s vorsten en landvoogden (34 verzen) 1. Zo was koning Salomo koning over heel Israël.
1 Koningen 5 — De toebereidselen tot de bouw van de tempel (18 verzen) 1. Hiram, de koning van Tyrus, stuurde zijn dienaren naar Salomo, want hij had gehoord dat men Salomo tot koning had gezalfd in …
1 Koningen 6 — Salomo’s tempelbouw (38 verzen) 1. Het gebeurde nu in het vierhonderdtachtigste jaar na de uittocht van de Israëlieten uit het land Egypte, in het vierde jaar van …
1 Koningen 7 — Salomo’s paleis (51 verzen) 1. Aan zijn eigen huis heeft Salomo echter dertien jaar gebouwd, en hij voltooide zijn hele huis.
1 Koningen 8 — De inwijding van de tempel (66 verzen) 1. Toen riep Salomo de oudsten van Israël bijeen en alle hoofden van de stammen, de leiders van de families onder de Israëlieten, …
1 Koningen 9 — De tweede verschijning des Heren aan Salomo (28 verzen) 1. Het gebeurde nu, toen Salomo de bouw van het huis van de HEERE en het huis van de koning voltooid had, en …
1 Koningen 10 — Het bezoek van de koningin van Seba (29 verzen) 1. Toen de koningin van Sjeba het gerucht over Salomo in verband met de Naam van de HEERE hoorde, kwam zij om hem …
1 Koningen 11 — Salomo’s afgoderij (43 verzen) 1. Koning Salomo had veel uitheemse vrouwen lief, en dat naast de dochter van de farao: Moabitische, Ammonitische, Edomitische, Sidonische, en Hethitische vrouwen,
1 Koningen 12 — De scheuring van het rijk (33 verzen) 1. Rehabeam ging naar Sichem, want heel Israël was naar Sichem gekomen om hem koning te maken.
1 Koningen 13 — De man Gods uit Juda en Jerobeams altaar (34 verzen) 1. En zie, er kwam een man Gods door het woord van de HEERE uit Juda naar Bethel, terwijl Jerobeam bij het altaar …
1 Koningen 14 — Het oordeel over Jerobeams huis (31 verzen) 1. In die tijd werd Abia, de zoon van Jerobeam, ziek.
1 Koningen 15 — Abiam, koning van Juda (34 verzen) 1. In het achttiende jaar nu van koning Jerobeam, de zoon van Nebat, werd Abiam koning over Juda.
1 Koningen 16 — Ela, koning van Israël (34 verzen) 1. Toen kwam het woord van de HEERE tot Jehu, de zoon van Hanani, met betrekking tot Baësa:
1 Koningen 17 — Elia aan de beek Kerit (24 verzen) 1. En Elia, de Tisbiet, uit de inwoners van Gilead, zei tegen Achab: Zo waar de HEERE, de God van Israël, leeft, voor …
1 Koningen 18 — Achabs dienaar Obadja ontmoet Elia (46 verzen) 1. En het gebeurde na vele dagen dat het woord van de HEERE tot Elia kwam, in het derde jaar: Ga, vertoon u …
1 Koningen 19 — Elia’s tocht naar Horeb (21 verzen) 1. Achab vertelde Izebel alles wat Elia had gedaan, en hoe hij allen, te weten al de profeten, met het zwaard had gedood.
1 Koningen 20 — Samaria belegerd en ontzet (43 verzen) 1. Benhadad, de koning van Syrië, bracht heel zijn leger bijeen, en er waren tweeëndertig koningen met hem, en paarden en strijdwagens. Hij …
1 Koningen 21 — De wijngaard van Nabot (29 verzen) 1. Hierna gebeurde het volgende: Naboth uit Jizreël had een wijngaard die in Jizreël lag, naast het paleis van Achab, de koning van …
1 Koningen 22 — Achabs strijd tegen Ramot in Gilead (54 verzen) 1. Drie jaar zaten zij stil: er was geen oorlog tussen Syrië en Israël.